Tentoonstelling ‘War Stories. Ukraine up close’ verlengd met nieuwe foto’s van Eddy van Wessel
Voor de tentoonstelling War Stories. Ukraine up close in het Nationaal Militair Museum in Soesterberg heeft oorlogsfotograaf Eddy van Wessel nieuw werk toegevoegd, gemaakt tijdens zijn meest recente reis naar Oekraïne. Zijn foto’s tonen de menselijke kant van de oorlog: van frontsoldaten tot burgers die dagelijks met het conflict leven. Speciaal voor de tentoonstelling legde Van Wessel op film vast hoe hij als fotograaf in een oorlogsgebied werkt. Conservator Pieter Eckhardt sprak met hem over zijn nieuwste werk en ervaringen.

Je bent al meer dan vijftien keer in Oekraïne geweest. Wat drijft je om deze oorlog te blijven vastleggen?
Ik heb een sterke drijfveer om de oorlog in Oekraïne vast te leggen. Zoals je misschien weet, ben ik veel meer een maker die op de lange termijn kijkt. Ik kijk niet zozeer naar het moment, maar veel meer naar het verloop van een oorlog. Wat doet zo’n conflict met mensen op de lange termijn? Hoe verandert zo’n samenleving? En wat doet het met de persoon in kwestie?
Dat betekent dat ik regelmatig terugkom bij dezelfde mensen, maar ook dat ik een stukje geschiedenis van een land vastleg. Wat er nu in Oekraïne gebeurt. Eerder heb ik dat ook gedaan in het Midden-Oosten: in Irak heb ik twintig jaar lang gewerkt, in Tsjetsjenië tien jaar. Oekraïne is een vergelijkbaar project waarbij ik, ook als de oorlog op papier ophoudt, probeer om de gevolgen in kaart te brengen. Wat doet zo’n oorlog met een samenleving? Wat blijft er over van iemand tijdens een conflict? Dit komt natuurlijk genadeloos naar voren in een conflictsituatie.
Wat heeft tijdens je laatste bezoek de meeste indruk op je gemaakt?
Ik denk dat ik vooral ben geschrokken van de leeftijden van de soldaten. Eerst zag je een generatie die je normaal als soldaat zou verwachten, mensen tussen de 25 en 40 jaar. Maar nu zie je veel jongere soldaten. Eigenlijk onder de minimumleeftijd, die voor behoorlijk grote bedragen worden geronseld. Dat zijn lokkertjes, want zij zijn nog niet verplicht om in dienst te gaan. Tegelijk zie je ook mensen die de strijdbare leeftijd eigenlijk al ver ontstegen zijn. Mensen van zestig jaar of ouder. Die zie je getraind worden en na zeven weken worden ze naar de frontlinie gestuurd. Daar ben ik enorm van geschrokken. Het betekent eigenlijk dat de generatie die normaal kan vechten grotendeels is verdwenen: gewond, omgekomen of anderszins uitgevallen.

Hoe is het moreel onder de Oekraïense bevolking op dit moment?
Ik denk dat je daarin twee groepen ziet. Je hebt mensen die ver van het front zitten en die vinden dat de oorlog eigenlijk moet ophouden, omdat die te veel invloed heeft op hun dagelijks leven.
Wat mij ook opvalt, is dat de mensen in bijvoorbeeld Kiev ontzettend kwaad zijn. De terreurcampagne van Rusland om de Oekraïners te ontmoedigen werkt eigenlijk averechts. Het moreel is juist hoog en de saamhorigheid is enorm, omdat iedereen in hetzelfde schuitje zit. Zelfs veilige plekken worden gebombardeerd. Daardoor groeit de woede. Natuurlijk zijn er ook soldaten die al een jaar op dezelfde positie zitten en gewoon naar huis willen. Die hun gezin willen zien en hun kinderen willen zien opgroeien. Maar tegelijkertijd ervaar ik dat eigenlijk niemand bereid is een deel van Oekraïne op te geven.
Zie je dat moreel ook terug in de nieuwste foto’s die aan de tentoonstelling zijn toegevoegd?
Ja, dat denk ik wel. Je ziet bijvoorbeeld een jonge soldaat die trots het identiteitsplaatje van zijn vriendin laat zien, terwijl hij in een bunker staat, enkele kilometers van de frontlinie, op oudejaarsavond. Ik denk dat je daarin goed ziet hoe jonge soldaten misschien naïef, maar in ieder geval heel gemotiveerd zijn. Daarnaast zie je oudere soldaten die misschien gedwongen zijn gemobiliseerd. Mensen die letterlijk van de straat zijn geplukt en worden opgeroepen. Maar uiteindelijk strijden ook zij, misschien tegen hun wil, toch voor hun land.
Voor de tentoonstelling heb je een film gemaakt waarin we je aan het werk zien. Hoe werk jij als fotograaf in een oorlogsgebied?
In de film zie je mij aan het werk. Mijn werkwijze is vooral dichtbij. Ik werk met korte lenzen, wat betekent dat alles zich binnen twee meter van mij afspeelt. Dat zie je ook goed met de 360-gradencamera die we hebben gebruikt voor de film. Je zit als kijker eigenlijk op de plek waar ik sta. Dat is ook mijn manier van werken. Ik zit er heel dicht op, zodat de kijker als het ware deelnemer wordt van de scène die zich voor mijn camera afspeelt. Ik probeer dat moment letterlijk te absorberen, zowel qua gevoel als qua beeld.
Je nam tijdens je meest recente reis naar Oekraïne een grootformaat houten glasplaatcamera mee, een techniek uit de tijd van de Eerste Wereldoorlog?
Klopt, daarmee maak je een heel ander soort beeld. Je zet de tijd als het ware stil op een manier die je met een Leica niet doet. De belichtingstijden kunnen bijvoorbeeld een minuut zijn wanneer er weinig licht is, waardoor je een andere dynamiek krijgt. Je gaat ook andere details zien. Het wordt veel meer een beschouwende foto, maar wel met veel emotie. Juist omdat je de tijd neemt voor die opname. Het samenspel tussen die snelle foto’s, waarin veel actualiteit zit, en de meer beschouwende beelden van de glasplaatcamera vind ik een hele mooie combinatie.
Ben je van plan binnenkort weer naar Oekraïne te gaan?
Dat is eigenlijk een overbodige vraag. Natuurlijk ga ik binnenkort weer. Voor mij is er geen manier om niet te gaan. Natuurlijk kijk ik ook naar andere plekken in de wereld, zoals Iran, Syrië of Myanmar. Maar mijn grote verhalen lopen altijd door. Op dit moment is mijn grote verhaal Oekraïne. Niet terug gaan, dat is voor mij ondenkbaar.
De tentoonstelling War Stories. Ukraine up close in het Nationaal Militair Museum is verlengd tot en met 30 augustus 2026.
