terug

Hoe maak je van jouw fotoboek een succes?

Als fotografen een fotoboek maken, sneuvelen er vaak illusies. Bijvoorbeeld dat het boek heel succesvol zal worden, veel exemplaren ervan verkocht zullen worden, er herdrukken komen en dat alles daarna gemakkelijker gaat. Veel fotografen kwamen na het uitgeven van hun boek van een koude kermis thuis en bleven met driekwart van de onverkochte oplage zitten. Toch zijn er veel mogelijkheden om van een boek een succes te maken, zowel op het gebied van financiering als bij de verkoop en verspreiding. We spreken vier boekenmakers over hun succesvolle uitgeefstrategieën. Dit artikel komt uit Pf Fotografie Magazine. Meer lezen uit Pf? Dat kan hier.

Tekst: Robert Theunissen

Fotoboeken op een bijzettafel.
Foto: Nascimento Jr. via Pexels.

Het boek One Shower a Week van Mariet Dingemans kwam dit jaar uit en gaat over woongemeenschap De Brouwketel, die vol saamhorigheid duurzaam en in harmonie met de natuur leeft. Als cultureel antropoloog fotografeert Dingemans graag groepen mensen die een positieve levenshouding uitstralen. De productie van het boek ging voorspoedig. Met haar crowdfunding-campagne op Voordekunst haalde zij meer geld op dan verwacht en met subsidie van vier fondsen, waaronder het Cultuurfonds en de Gemeente Haarlem, kon zij het grootste deel van de dertigduizend euro aan productiekosten dekken. “Het is een duur boek geworden, met uitklappagina’s en prachtige vormgeving door Sybren Kuiper.”

Verkoopcijfers bleven uit

Het werd bekroond met de Encontros da Imagem Photobook Award van het gelijknamige internationale fotofestival in Braga, Portugal, stond op de shortlist van de Prix du Livre van Rencontres d‘Arles en kreeg alom goede recensies. Toch leidde dat niet meteen tot hoge verkoopcijfers. “Uitgeverij Lecturis nam het boek op in hun prospectus en bracht het onder de aandacht bij boekhandels. Ik heet niet Erwin Olaf of Jimmy Nelson en inkopers van de boekhandel stortten zich dan ook niet massaal op het boek. Daarom heb ik zelf veel promotie op me genomen en besteed een kwart van mijn tijd aan de marketing van het boek. Daardoor hebben De Volkskrant, Het Parool, Trouw, De Gelderlander en Focus er aandacht aan besteed. Ik heb een Duphotalk gedaan en houd een lezing op 16 november op de Dag van het fotoboek in Nijmegen. Verder zou ik graag een Booktalk bij FotoDok willen doen. Ik richt mijn pijlen ook op het buitenland en probeer een publicatie in een buitenlandse krant te krijgen. Naar de website Photobook Junkies, waarop fotoboeken verkocht worden, stuurde ik een papieren exemplaar en die kochten er meteen vijf aan. Daarnaast heb ik zelf langs boekwinkels bezocht om het boek te laten zien. Door al deze inspanningen begint het nu te lopen.”

© Robert Mulde

Toen en nu

Fotoboeken worden in Nederland vaak verkocht aan een handvol fotoboekenliefhebbers en vooral aan collega-fotografen. Dat kan de Groningse fotograaf/journalist Robert Mulder beamen. Hij maakte prachtige boeken vol diepgang, bijvoorbeeld over Joodse begraafplaatsen in Groningen, maar je kunt aan het onderwerp al aanvoelen dat hier geen grote schare kopers voor is. Tijdens bezoek aan het Fotomuseum in Rotterdam, stuitte hij op foto’s van Parijs door Eugène Atget uit de periode 1910-25.

“Hij had de locaties uitstekend gedocumenteerd en ik heb ze bezocht om met zijn foto’s in de hand de locaties te fotograferen zoals ze nu zijn.” Mulder wil daar graag een boek mee maken, maar heeft ik Frankrijk tot nog toe geen uitgever gevonden. In 2013 besloot hij om dit idee op zijn thuisstad Groningen toe te passen.

“Ik ging naar het stadsarchief en zocht honderd sprekende zwart-witfoto’s van Groningen uit, van honderd jaar geleden. Op de locaties maakte ik nieuwe foto’s in kleur. Met dat idee stapte ik naar Uitgeverij kleine Uil en directeur Peter ten Hoor zag er wel wat in. De eerste oplage van tweeduizend exemplaren van Groeten uit Groningen was snel uitver kocht, er volgden meerdere drukken en het boek loopt nog steeds. Er zijn ook boeken over Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht uitgebracht en er werd zelfs een memory-spel door een uitgever van spellen van gemaakt: een oude en een nieuwe foto vormen daar een paar. Nog steeds ben ik verbaasd over het succes en denk dat het te maken heeft met het plezier in vergelijken dat veel mensen hebben en dat het over een stad gaat en niet over mij als fotograaf. Wat ik ervan heb geleerd is dat veel fotografen, waaronder ik, foto’s maken over een onderwerp en daarna pas bedenken wat ze ermee gaan doen. Mijn advies: bedenk van tevoren een plan en een afzetmarkt en zorg dat de foto’s uit je ziel komen.”

© Bert Verhoef

Samenwerken als rode draad voor succes

Bert Verhoeff is al meer dan vijftig jaar fotojournalist en vooral bekend van De Volkskrant, waarvan hij decennialang het uiterlijk meebepaalde. In de afgelopen vijfentwintig jaar maakte hij veertien fotoboeken, met wisselend succes. Bij elk boek was zijn aanpak anders, maar samenwerking met instanties en getalenteerde mensen is de rode draad.

  • Bij ons in het Gooi (2010) geeft een prachtig en soms hilarisch beeld van de mensen die er wonen. “Ik benaderde de directeur van Museum Singer in Laren met het idee voor een expositie over de Gooienaren. Dat zag hij zitten en hij nam ook 350 boeken af voor in de museumwinkel. Destijds waren er nog zeven hoogwaardige boekwinkels in het Gooi die boeken afnamen. De koopbereidheid was toen hoger dan nu en in Het Gooi was dat door de financiële mogelijkheden van de mensen zeker het geval, ook omdat het over henzelf ging en zij er soms zelf in stonden. Hiermee kwam ik uit de kosten van dit boek dat ik in eigen beheer uitgaf.”
  • In 2015 kwam Kraakrepubliek uit: een opgegraven schat uit de nieuwsfotografie van Verhoeff. Het is een documentaire terugblik op de hoogtijdagen van de Amsterdamse kraakbeweging in de jaren tachtig, maar ook een onderzoek naar de gevolgen daarvan voor de stad. “Bij het bekijken en bewerken van mijn gedigitaliseerde negatieven, viel me op dat er onverwacht indrukwekkende series van alle spectaculaire kraakacties uit samen te stellen waren. Zo ontstond het idee om er een boek van te maken. Lecturis gaf het uit en de eerste oplage van 750 exemplaren was snel uitverkocht, mede door de vernieuwde aandacht in de media voor de kraakbeweging.”
  • In Kuiven en krablappen uit 2009, fotografeerde Verhoeff in Spakenburg honderden vrouwen die nog in klederdracht gekleed gaan, maar verder in het heden leven, met alle verworvenheden en gemakken van dien. “Het boek is geschreven door Reinie van Goor, die uit het dorp zelf komt en daar uitstekende contacten heeft, waarmee ze een bedrag van tachtigduizend euro aan subsidie voor het project wist binnen te halen.”
  • Voor het boek Kus me nog eens wakker (2011) over dementie, dat Verhoeff samen maakte met schrijver Gerrit Molenaar, werden vooraf zorginstellingen benaderd, die intekenden voor zesduizend exemplaren. Daardoor kwam Uitgeverij De Brouwerij uit de kosten en ontving tweeduizend exemplaren voor de verkoop. “Ik merk de laatste jaren dat de tijden veranderd zijn”, zegt hij. Bij zijn jongste boek, Stroom, de Zaan in beweging, dat hij samen met David Galjaard maakte over de Zaanstreek, was een tentoonstelling geregeld in het Zaans museum. “Daar kwamen zestigduizend bezoekers op af, maar boeken kopen, ho maar. Het geld gaat tegenwoordig blijkbaar ergens anders naar toe, maar ik ga gewoon door.”

Zelf jouw fotoboek uitgeven

De mogelijkheden om zelf een boek uit te geven zijn tegenwoordig legio. Het leek fotograaf Map de Maar een goed idee om fotografen die een boek willen uitgeven samen te laten werken zodat zij niet in hun eentje het wiel opnieuw uit hoeven te vinden en samen een betere positie kunnen forceren op (inter)nationale beurzen en boekenmarkten. Daarom richtte zij in 2017 Self Publishers United op, een informele non-profitorganisatie die door fotografen zelf wordt gerund. Lid worden van Self Publishers United kost zeventig euro per jaar en een bescheiden percentage van tien procent van de verkoop.

“Het grote voordeel van zelf uitgeven is dat je alles zelf in de hand houdt, zonder inmenging of commerciële eisen van de uitgever”, zegt voormalig voorzitter Wies den Ouden. “Wij concentreren ons op boeken die in het oog springen: ze zijn vaak prachtig opgemaakt, gedrukt en uitgevoerd: het is de onverdunde visie van de maker zelf die wordt gehonoreerd. De makers hebben meestal zelf een netwerk en financieren hun boek met crowdfunding of subsidies. Makers van boeken met raad en daad terzijde staan, is een drijfveer van ons collectief. We organiseren presentaties over zelf uitgeven waarop onze leden hun eigen uitgeefproces uit de doeken doen. Onlangs organiseerden we in de Amsterdamse galerie K84 bij de tentoonstelling van een van onze leden, Monique Belier, een drukbezochte presentatie van onze boeken. Nieuwe leden stellen zich altijd voor tijdens een presentatie over hun boek en de eerstvolgende is in januari. Zelf uitgeven leeft en de mogelijkheden worden in de nabije toekomst alleen maar groter.”

Dit artikel verscheen eerder in Pf editie 7 van 2024. Lees hier alle online doorplaatsingen uit het magazine.


Bekijk ook deze items