terug

Vergelijking Capture One Pro7, Lightroom4 en Aperture (deel 3: importeren)

Het compacte importscherm van CaptureOne, alle essentiële onderdelen zijn wel aanwezig, maar iets meer opties zou wel handig zijn. (klik op de foto om het hele venster te zien)
Bij het gebruik van de programma’s moeten de foto’s onderdeel worden van de ‘bibliotheek’, de verzameling foto’s die bij het programma bekend is. Dat gebeurt door de foto’s te importeren, een éénmalige handeling waarbij je de foto’s tegelijkertijd verplaatst van de geheugenkaart van de camera naar de gewenste folder op je harde schijf. De optie om ze niet buiten de bibliotheek op te slaan, maar er een onderdeel van te maken zoals die geboden wordt door Capture One en Aperture lijkt me niet echt handig. Het bibliotheekbestand wordt er heel groot van, en de foto’s zijn niet meer buiten het programma om te benaderen. Mocht je zo willen werken, dan is de beste optie om veel verschillende en niet zo grote bibliotheken aan te leggen, maar dat levert weer andere beperkingen op. Lightroom biedt die mogelijkheid om de bestanden in de bibliotheek op te bergen niet eens. Handig is dat je bij alle programma’s tijdens het importeren al direct een aantal zaken met de foto’s kunt laten gebeuren. Je krijgt ook bij alle programma’s de optie om de foto’s te verplaatsen naar een map naar keuze. En wanneer de foto’s al op je harde schijf staan kun je ze ook gewoon aan je bibliotheek toevoegen op de plek waar ze staan. In alle gevallen worden in de bibliotheek een voorvertoning en een verwijzing naar het originele bestand aangemaakt. De verschillen tussen de drie programma’s zitten onder andere in de manier waarop de relatie tussen de bestanden op je schijf en de verwijzingen in de catalogus werken.
Hernoemen
Alle drie programma’s bieden je behoorlijk veel mogelijkheden om bij het importeren je bestanden nieuwe namen te geven, hoewel de opties bij CaptureOne net wat minder uitgebreid zijn. Dat geldt zeker ook voor de mogelijkheid om informatie toe te voegen, bij Capture One Pro7 is er alleen ruimte voor het copyright en beschrijvingsveld. Bij Aperture kan er al veel meer ingevuld worden, Lightroom biedt de meeste mogelijkheden. Maar Aperture en Lightroom bieden beide de belangrijkste optie, een voorinstelling gebruiken waarin je alle informatie over jezelf kwijt kunt. Dat is uiteindelijk het enige dat voor al je foto’s hetzelfde is.
Een overzicht van de importopties bij Aperture, belangrijk is de keuze voor het project waar de foto’s in terecht komen. (klik op de foto om het hele venster te zien)
Projecten en mappen
De catalogus bij Lightroom bevat een volledig met de mappenstructuur op je vaste schijf overeenkomende indeling, dat is voor mij in elk geval het handigste. Bij Aperture komen de foto’s die je importeert in projecten terecht, net als bij CaptureOne. Wanneer je op die manier werkt is het natuurlijk niet zo’n probleem, maar wanneer je het programma ook als een echt archief wilt gebruiken vind ik de Lightroom benadering het handigst.
Bij Aperture ontbreekt als enige de optie om direct een back-up op een tweede harde schijf te maken, het is mogelijk dat Apple vindt dat je gewoon time-machine moet gebruiken, dan gebeurt het natuurlijk helemaal vanzelf.
Weergave
De foto’s worden in elk van de programma’s weergegeven zoals de standaard instellingen van het programma voorschrijven. Bij Lightroom kun je die als je dat wilt zelf aanpassen, gebonden aan het type camera. Daarnaast kun je dan als je dat wilt nog ontwikkelinstellingen toewijzen als je bijvoorbeeld de hele serie al meteen in zwartwit wilt omzetten. Bij Aperture heet die mogelijkheid het toewijzen van een effect, bij CaptureOne zijn dat ‘styles’.
Misschien lijkt de import bij Lightroom ook beperkt wat betreft de opties, maar bijna alle mogelijkheden zitten verstopt in de voorinstellingen die je kunt toepassen.(klik op de foto om het hele venster te zien)
Lightroom tenslotte biedt als enige van de drie de mogelijkheid om de RAW bestanden bij het importeren om te zetten in DNG versies ervan. Voor Adobe als bedenker van dit universele RAW formaat is dat natuurlijk voor de hand liggend. Later komt de ondersteuning voor het DNG bestandsformaat bij de drie programma’s nog nader aan de orde.
Bibliotheek
Het bibliotheek bestand is de kern van de verzameling foto’s. Van daaruit kun je foto’s opzoeken en verder bewerken, en tenslotte exporteren voor gebruik of afdrukken. De bibliotheek bevat in principe de voorvertoningen, al of niet in een apart bestand bewaard, plus de aanpassingen en de informatie over de foto’s. Toch is het handig om de programma’s zo in te stellen dat de informatie ook onderdeel wordt van de losse foto’s, dat maakt uitwisseling met andere programma’s namelijk mogelijk, wat altijd handig is. Bij Lightroom moet je die optie overigens per bibliotheek in schakelen, wat een beetje onhandig is.


Bekijk ook deze items