terug

Van loopjongen tot celebrity fotograaf

Portret Mario Nap
Portret Mario Nap

Mario Nap fotografeert sinds de jaren ‘90 voor de celebrity bladen. Aanvankelijk vooral voor Privé, vandaag de dag verkoopt hij 90% van zijn werk aan de Telegraaf Media Groep/Privé. Hij won in de rubriek Kunst, cultuur en entertainment de eerste prijs enkel bij de Zilveren camera 2013. Bijzonder voor een celebrity fotograaf.

Hoe ben je in het vak gerold?

“Ik begon als Amsterdamse tiener bij de rondvaartboten. Eerst met filmrolletjes wegbrengen, later als fotograaf. Ik verloor er mijn verlegenheid en leerde er snel te werken. Je moest goed timen en mensen vlot even laten poseren. Later volgde ik via de politiescanner het Amsterdamse nieuws, met de motor reed ik door stad. Eerst voor stadsblad de Echo en later onder meer voor de Telegraaf. Ik werkte tegelijkertijd voor een fotozaak waarvan ik later eigenaar werd, en studeerde aan de fotovakschool. Via de Telegraaf kwam ik bij Privé en Weekend terecht. Mijn eerste echte celebrity opdracht was om Willem Alexander met zijn toenmalige vriendin Emily op de plaat vast te leggen. Later fotografeerde ik hem als eerste op Hollandse bodem met Maxima. Ik fotografeerde veel Royalty. Om maar wat te noemen: In het zomerseizoen stond ik vrijwel ieder weekend bij de Groene Draeck. Nu gebeurt dat minder, door de afspraken met het koningshuis. We fotograferen nu op de fotomomenten en het koningshuis in functie tijdens openbare gelegenheden.”

 Hoe ziet je dag er uit?

“We beginnen met het aankleden en naar school brengen van de kinderen. Dan duik ik achter de computer en de iPhone, en in de bladen voor het nieuws. Niet alleen het nieuws dat voor mijn vak belangrijk is, maar ook algemeen nieuws. Ik zie ook bijvoorbeeld de Volkskrant en het Parool. Kranten die overigens langzaamaan steeds vaker celebrity nieuws laten zien. Wie had dat vroeger gedacht. Ik ben 70% van de tijd met de fotografie bezig. Dat houdt in, zoeken naar Bekende Nederlanders en het fotograferen zelf. Ik heb net Eva Jinek met haar nieuwe vriend gefotografeerd. Daar ben ik vier dagen mee bezig geweest. Posten op plaatsen waar ik ze zou kunnen zien. Uiteindelijk kon ik ze na een tip vatleggen terwijl ze de Westergasfabriek uitkwamen. Voelen ze zich betrapt? Misschien wel opgelucht, ze hoeven niet meer stiekem te doen. Ik heb opdrachten, soms studioportretten. Bedenk of wordt getipt waar ik het nieuws kan vinden en ga daar heen. Ik haal veel info van Facebook en vooral via Twitter. Daarnaast heb ik de bladen als tipgever en maak ik gebruik van een eigen netwerk. Soms ga ik op gevoel, en dat pakt vaak goed uit. Speelt er niets, dan doe ik een rondje met de auto langs plekken waar BN’ers regelmatig komen, bijvoorbeeld de PC Hooftstraat. Ook buiten die rondes heb ik een reflex met een 80-200 mm op de bijrijderstoel liggen. Kom ik bij toeval een bekende tegen dan kan ik die fotograferen. De computer gebruik ik om te croppen, namen en andere gegevens aan de foto’s toe te voegen en om beeld te versturen.”

Maak je kennis met de mensen voor je camera?

“Niet echt, met de prins heb ik bijvoorbeeld nooit een gesprek gehad. Ik krijg af en toe wel een vriendelijk knikje van hem. Ik zoek meestal geen contact. Ik laat zo min mogelijk poseren, al is dat wat de bladen vanwege de duidelijkheid en het contact het liefste willen. Ik wacht meestal af tot ze mij zien en maak dan de foto. Je wilt de ogen zien. Als ze je vervolgens negeren, heb ik toch een foto. Omdat je elkaar vaak tegenkomt, komt het soms toch tot korte amicale gesprekken. Het is hier niet hard tegen hard zoals je in de VS en Engeland ziet. In Nederland gaat het er meestal heel gemoedelijk aan toe. Veel bekende Nederlanders willen graag op de foto. Ze hebben belang bij publiciteit. Als je ergens bij een rode loper staat, krijg je van de organisatie een lijst met namen.

 Als ik op je site kijk zijn er nogal wat BN’ers. Ik zie misschien wel duizenden namen. Waar ligt de grens van bekendheid?

“Sommige mensen zijn heel kort bekend, bijvoorbeeld deelnemers aan tv shows, soms ook politici. Zo nu en dan fotografeer ik omdat mensen bekend kunnen worden. Aan een rode loper fotografeer ik daarom iedereen. Iemand die een onopvallend bijrolletje in een film heeft gedaan, kan uitgroeien tot een grote ster. Dan is het goed om vroege foto’s in het archief te hebben.”

Zijn er taboes?

“Bij begrafenissen ben ik voorzichtig, maar ik kom er wel. Ik houd kinderen van BN’ers vaak buiten de foto. Je vertelde mij dat je een foto zag van een doodzieke Josine Van Dalsum in een rolstoel. Dat fotografeer ik, het is nieuws, en als ik het niet doe, doet een ander het. Zo heb ik ook Sylvia Kristel ziek gefotografeerd. Ik vind het geen probleem ongemerkt te fotograferen. Papparazzo is voor mij geen besmet woord. Ik maak 30% van mijn foto’s verstopt met een lange tele.”

De eerste foto van Maxima in Nederland ©Mario Nap
De eerste foto van Maxima in Nederland ©Mario Nap

Wat is je meest succesvolle foto?

“De eerste foto van Willem Alexander en Maxima in Nederland. Een collega had ze al in New York vastgelegd. Ik werd getipt dat ze naar een feest op een kasteel in Rijswijk gingen. Dat was tevens mijn moeilijkste foto. Ik moest mij verstoppen, ik lag in de bosjes op de grond. De beveiliging kwam tot 5 meter. Zelfs met een 400 mm was ik eigenlijk nog te ver af.”

En wat is je meest ondergewaardeerde?

“Maxima gespot op de fiets in Lech.”

Wat was je meest onverwachte succes?

“Een foto van Estelle Cruijff die bij de gevangenis, op bezoek bij Badr Hari. Later werd dat een nieuwsonderwerp.”

Verandert het vak?

“De techniek is efficiënter. Vroeger moest je ontwikkelen, afdrukken en wegbrengen en kon je nauwelijks hoge gevoeligheden gebruiken. Dat heeft ook een keerzijde. Vroeger ging je op de redactie langs om samen foto’s te bekijken. Ik mis dat directe contact en de feedback. Het vinden van het nieuws is het moeilijkst in het vak en ook dat gaat nu efficiënter. Ik kan door internet sneller aan informatie komen. Maar de concurrentie is groter geworden. Er zijn veel nieuwkomers in het vak en sommigen werken bijna voor niets. Er zijn er die nauwelijks weten hoe een camera werkt. Die komen vragen of je even alles goed wilt instellen. Toen ik begon, telde een papiertje nog. Ik heb profijt van mijn opleiding aan de fotovakschool. Waar ik maar kan flits ik foto’s netjes in zodat je kleuren en informatie uit de achtergrond meekrijgt. Al die fotografen erbij zorgen ervoor dat het soms flink dringen is. Krantenfotografen lijken een voorkeur voor groothoeken te hebben en duiken er nog eens voor. De foto van de prijswinnaars van de Gouden Televizierring waarmee ik bij de Zilveren Camera in de prijzen viel was daar een voorbeeld van. Echt ellebogenwerk. Ik probeer dat soort situaties zoveel mogelijk te vermijden door op andere gelegenheden en vanaf andere plekken te fotograferen. Ook omdat dat foto’s oplevert die de concurrentie niet heeft.
www.marionap.nl


 

Tags: Mario Nap