terug

Tilt-shift vroeger en nu

Een groot deel wat je met tilt-shift objectieven doet, kan ook achteraf op de computer. Waarom zou je ze gebruiken, en hoe doe je dat?
Bij een tilt-shift objectief kan het glas met grote vrijheid bewegen. Bij een gewoon objectief kun je de afstand van de sensor tot het glas veranderen om scherp te stellen, bij een tilt-shift objectief kun je het glas ook nog eens schuinzetten (tilt), of verschuiven (shift). Net als met een technische camera. Wat is het nut?  Door het schuin te zetten laat je het scherptediepteveld schuin lopen. Door het te verschuiven fotografeer je niet meer recht voor uit, maar wat hoger, lager of opzij.
tiltcorr

Vroeger

Tilt en shift was lang het domein van de technische camera. Die werden veel in de architectuur- en productfotografie ingezet.  De voorkant van de camera werd voor een tilt schuin gezet om bijvoorbeeld bij een interieurfoto de vaas met bloemen voorin, maar ook het raam achterin er scherp op te krijgen. Tilt was hard nodig. Bij grootformaat is het scherptedieptegebied bij een gegeven diafragma veel kleiner dan we bij kleinbeeld gewend zijn. Door behendig het scherptegebied onder een hoek te leggen kon je toch veel scherp krijgen.  Shift had een ander doel. Architectuur- en packshot fotografen wilden graag hun onderwerp recht op de foto, met  verticalen parallel op de foto.  Om dat voor elkaar te krijgen zette je de camera waterpas, en maakte vervolgens door de lens voorop te verschuiven de compositie. Bij een produkt ging de lens vaak wat omlaag, bij een gebouw juist wat omhoog.
 

Unknown-1Nu

Door steeds betere films gevolgd door nog betere sensoren is grootformaat een uitstervend ras. Hoe kleiner het opnameformaat, hoe korter de brandpunten en hoe groter de scherptediepte. Daardoor is tilt minder hard nodig. Omdat je in Photoshop je opnames in een handomdraai recht kunt trekken is ook shift overbodig. Maar de traditionele gebruiksdoelen hebben plaatsgemaakt voor nieuwe. Tilt wordt niet meer gebruikt om onscherpte zoveel mogelijk uit te bannen, maar juist om het op een onverwachte manier en precies naar smaak te voorschijn te toveren. We zien het op foto’s, en sinds kort, nu we met onze spiegelreflexen filmen ook bij bewegend beeld. Zie het filmpje. Shift wordt gebruikt om virtueel het aantal pixels virtueel te vergroten. Je zet je camera op statief, maakt opnames met shifts naar de hoeken en plakt die naadloos aan elkaar in Photoshop.

Tilt

Het regeltje achter het schuinleggen van je scherpteveld is ooit bedacht door Theodoor Scheimpflug. Het vlak van je sensor, je diafragmavlak en het scherptegebied gaan door een punt. Als je een tilt/shiftlens zo instelt dat het vlak haaks door het midden van je objectief en je sensor op de grond samenkomen kun je een voetbalveld vanaf de grasspietjes vanaf de middenstip tot in het doel scherp krijgen. Met de camera op ooghoogte heb je daar maar tussen 3 en 4 graden verstelling voor nodig. Een speler voor in beeld kan daarbij vanaf de knieën onscherp zijn, maar omdat het scherptegebied op afstand groter wordt kan het best dat de tribune achterin volledig scherp is.
Maar je kunt het scherpteveld ook zo leggen dat het onder of boven toch onscherp is, of juist andersom. Dat is de toepassing die je vandaag de dag vaak ziet. Stadsgezichten en landschappen met deze onverwachte onscherpte lijken op het landschap rond het Märklin treintje op de hobbyzolder van de buurman. Het geeft een miniatuur effect. Bij portretten toegepast kun je er een wat intiemere en emotionelere beleving  mee suggereren. Het is net of je mensen door een oude bril of met betraande ogen bekijkt, of dat de foto is gemaakt met stokoude apparatuur.

Shift

Had je vroeger een shiftlens nodig om omhoog of omlaag geschoten foto’s recht te trekken, in de digitale tijd doe je dat met een transformatie in de nabewerking. In Lightroom kan het in de laatste versie met een druk op de knop. He programma zet dominante, naar elkaar toelopende lijnen parallel. Het nadeel van de computermethode is dat je informatie in de hoeken weggooit. Je rekt een deel van je opname op, gooit daarmee de oorspronkelijke pixel informatie weg en vergroot lensfouten uit. Met een shift gebeurt dat niet. Al worden uitvergrote lensfouten vervangen door teruglopende lenskwaliteit en vignettering aan de randen bij verstellingen. Zie hieronder. Door slim gebruik van een shiftobjectief in combinatie met een statief kun je pixels winnen. Maak foto’s met een shift richting de vier hoeken, combineer ze in photoshop met elkaar en je haalt meer dan het dubbele aantal pixels uit je Fullframe camera. Met een APS sensor is het nog meer.
strand

Panorama

De meest gangbare methode om een panorama te maken is je camera te draaien en met een stitchprogramma je computer de opnames zo te laten vervormen dat ze naadloos in elkaar overgaan. Met een shiftlens draai je de camera niet. Maak, bij voorkeur met de camera op statief, een foto met een shift naar links, vervolgens met een shift naar rechts en je voegt ze in Photoshop met een paar klikken samen tot een panoramaopname. In theorie zou je eigenlijk het glas op zijn plaats moeten houden en de sensor erachter moeten bewegen, maar dat merk je alleen bij onderwerpen heel dichtbij. Het is zaak de camera op M te zetten zodat de belichting hetzelfde blijft, en tussen de opnames geen scherpstel correcties uit te voeren. Let goed op bewegende elementen in het overgangsgebieden. Zet in photoshop de twee opnames in lagen op elkaar, maak het canvas breder, verschuif de foto’s tot ze uitlijnen, vervaag zonodig de scherpe grens met een zacht zwart penseel en een masker en je bent klaar. De shift methode vergt wat meer van je als fotograaf, en wat minder van de computer en software. Een stitchprogramma is niet nodig. Wat recht is blijft recht, en hoeft niet opnieuw te worden rechtgerekend wat deze methode de beste maakt voor architectuuropnames. Met de 36 megapixels van een Fullframe Nikon D800 wordt zo’n opname met een maximale shift 59 megapixels. Een 24 mm wordt een virtuele15 mm. Je kunt soms zo ver verstellen dat vignettering plaats vind, dan moet er nog wat af.
 
panorama

Techniek

Tilt/shiftlenzen wijken op het oog af van wat we van objectieven gewend zijn. Tegen de bajonet aan bevind zich een ongewoon doosvormig element waarin zich de mechanismes voor het verstellen bevinden. Buiten op vind je de draaiknoppen waarmee  je dat doet, aangevuld door vergrendelingen en schalen. De doos maakt verschuiven, vervormen en roteren mogelijk. Om tilt en shifts mogelijk te maken heeft de optiek ervoor een grote beeldcirkel nodig. Een objectief  voor kleinbeeld met een shift mogelijkheid van 12 mm mm heeft een doorsnede van 74 mm in plaats van 50 mm nodig. Dat is middenformaat gebied, maar dan wel met kleinbeeld brandpunten. Dat maakt vooral de tilt en shift groothoeken moeilijk te maken, en dat merk je aan de randen van de beeldcirkel, in de uiterste shiftstanden. Canon, Nikon hebben 24 mm objectieven op het programma, evenals Samyang als vreemd merk. Canon heeft zelfs een 17 mm in het programma. Langere brandpunten in de assortimenten van de grote merken zijn 45 en 85 mm.  Zörk maakt met adapters middenformaat objectieven geschikt voor shift en tilt bij kleinbeeld. Als het je puur om wilde onscherpte gaat kun je met goedkope hulpmiddelen als de lensbaby toe. Het kan zelfs zonder hulpmiddelen toe met de Freelensing methode. Je haalt je objectief van de camera en houdt het vlak voor de bajonet vast in je hand. Onscherpte en sluierlicht gegarandeerd.
Canon_TS-E_24mm_f3.5L_II
 

Tags: Tilt-shift

Bekijk ook deze items