terug

Simon Norfolk: “Behandel jezelf als merk”

De kosten die National Geographic maakt voor een fotoreportage zijn volgens de Britse fotograaf Simon Norfolk belachelijk hoog en daarom fotografeert al een tijdje niet meer voor het gerenommeerde blad. Norfolk vertelt het verhaal aan leden van de vakverenigingen. Hij is in Amsterdam omdat een serie van hem bij de expositie van de New York Times Magazine in Foam hangt. Voor de Fotografenfederatie een goede aanleiding om hem te strikken voor een lezing voor de bij de vakverenigingen aangesloten fotografen.
Ongeveer veertig fotografen zijn aanwezig en genieten van een inspirerend verhaal over het vak. Gaat de lezing dinsdag, voor de donateurs van Foam, over zijn foto’s uit Afghanistan, voor de fotografen doet Norfolk graag uit de doeken hoe hij werkt en hoe het bij de New York Times Magazine en National Geographic werkt. Norfolk blijkt een makkelijke prater en met de nodige dosis humor praat hij vrijuit over de totstandkoming van diverse series en de budgetten. Maar niet voordat hij heeft verteld dat hij is begonnen met fotografie voor kranten, met name de portretten bij de achtergrondverhalen. Een zucht van verlichting gaat door de zaal bij de fotojournalisten. Hij dus ook. Alleen heeft Norfolk besloten om met nieuwsfotografie te stoppen, het leverde zo weinig op dat hij daar geen brood meer in zag.
Merkdenken
Wat hij nu maakt is altijd wat hij zelf interessant vindt. “Er is bijna geen verschil meer tussen mijn eigen en opdrachtwerk,” aldus Norfolk. “Bij opdrachtwerk denk ik vaak dat ik zelf op het onderwerp had moeten komen.” Norfolk neemt ook niet alles aan, hij maakt geen compromis in het werk dat hij maakt. “Je moet jezelf als merk behandelen. Jij bent degene die jouw foto’s maakt.” Tachtig procent van zijn inkomsten haalt Norfolk van de verkoop via galeries. Want hoewel je het niet zou verwachten, kun je ook van de dagprijzen van de New York Times Magazine en National Geographic niet echt een goede boterham verdienen.
Contacten
Toch werkt Norfolk graag voor de New York Times. Het opent namelijk allerlei deuren voor hem. Veel van zijn werk dat hij via de galeries verkoopt zijn bovendien bekostigd met de opbrengsten uit de opdrachten. Niet zelden leidt een opdracht tot een grotere serie, of een idee voor een serie tot een opdracht. Soms doet hij ook opdrachten om gewoon relaties te onderhouden. Het draait om de contacten, zo maakt hij duidelijk. “Je hebt belangrijke vrienden nodig om ergens te komen.” Dat betekent dat Norfolk ook wel eens wat ‘weggeeft’. Want die beeldredacteur die hij dan matst, komt wellicht bij een groter medium terecht en dan zal hij je naam niet vergeten. Boeken zijn ook een goed middel om je naamsbekendheid te vergroten en zo opdrachten binnen te halen. National Geographic belde zelf Norfolk op om te vragen of hij niet voor hun wilde werken, naar aanleiding van een boek dat hij jaren daarvoor had gemaakt.

Glory Trip 197, uit de serie Full Spectrum Dominance: missiles, rockets, satellites in America - © Simon Norfolk
Pad
Essentieel is ook van te voren helder hebben wat je wilt gaan maken. “Je moet een weg uitstippelen om ervoor te zorgen dat je komt waar je wilt zijn,” zegt Norfolk. Een goed voorbeeld daarvan is zijn serie over de supercomputers. Norfolk zocht naar een goede manier om de moderne oorlogsvoering te fotograferen. “Die oorlogsvoering is in de loop der tijden erg veranderd, maar de manier waarop oorlogsfotografen dat vastleggen stamt nog uit de beginperiode. Vreemd is dat.” Uiteindelijk ontdekt hij dat supercomputers aan de basis staan van de moderne oorlogen en dus wil hij die fotograferen. Het Amerikaanse leger zal hem natuurlijk niet direct toelaten. Daarom fotografeert hij eerst de supercomputers op de universiteiten en later bij grote fabrikanten om zo een portfolio op te bouwen. Met de foto’s, die puur lijken te gaan over de computer zelf, overtuigt hij het Franse en het Amerikaanse leger om de allergrootste supercomputers ter wereld te fotograferen. Het zijn de machines die gebruikt worden voor nucleaire wapens onder andere. Soms loopt het pad toevalligerwijs weer heel anders. De serie Full Spectrum Dominance, over de proeflanceringen voor nucleaire wapens, begon uit een politiek idee. Dat leidde tot exposities, wat weer een opdracht voor een tijdschrift opleverde en uiteindelijk een grote opdracht voor Astra, de fabrikant van de satellieten voor digitale televisie.
Groot denken
Norfolk deinst er niet voor terug om groot te denken. Voor de serie over de lanceringen gebruikte hij zeven technische camera’s om de goede baan maar te kunnen vastleggen. Bij Blenheim Oaks fotografeerde hij ‘s nachts met rookbommen en flitsers om de bomen los te laten komen van de achtergrond. Het valt echter allemaal in het niets bij wat hij heeft gedaan om de Maya tempels te kunnen fotograferen voor National Geographic. Het bestaand licht bij die tempels is zo slecht van kwaliteit, dat Norfolk op pad ging met tien aggregaten, een hele batterij aan verlichting en een enorm team. Ze zijn 49 dagen, of beter nachten, bezig geweest met het project. De serie foto’s kostte klauwen met geld. Niet alleen vanwege alle spullen en mensen, ook omdat de nodige personen in het land moesten worden omgekocht. Voor National Geographic maakte het allemaal niets uit, Norfolk ging het uiteindelijk toch allemaal te ver.
Hoewel de carrière van Norfolk slechts voor een enkeling is weggelegd, is de boodschap vooral positief. Er is hoop voor de fotograaf. Zelf weet Norfolk overigens niet wat hij nu is: “er wordt mij vaak gevraagd wat ik ben: fotojournalist of kunstenaar. Ik weet het niet en het maakt mij ook niets uit.”


Bekijk ook deze items