terug

Redacteuren over de Photokina: Eduard de Kam

De Photokina is zo groot, dat het heel gemakkelijk is te denken dat je je op een eiland bevindt waar de grote wereld even niet bestaat. Techniek en spullen, daar lijkt het om te draaien, maar gelukkig kom je er snel genoeg achter dat de buitenwereld echt wel bestaat. En dat is dan meestal ook wel meteen de boze buitenwereld. Zo zijn er de grafieken met de verkoopcijfers van Nikon die een enorme daling laten zien als gevolg van de aardbeving en Tsunami gevolgd door de overstromingen in Thailand. Andere merken hadden daar minder last van en profiteerden door een forse stijging van hun marktaandeel. Inmiddels is alles weer terug naar normaal, hoewel de invloed van de ruzie tussen China en Japan misschien wel weer invloed gaat krijgen op de productie. De andere invloed wordt gevormd door de gelukkig ook aanwezige fotografie. Vooral Leica pakte uit, de complete hal 1 die voor het merk was gereserveerd werd voor slechts een klein deel gevuld met de productreeks, keurig verdeeld over eilandjes voor elk type camera. Maar een veel groter deel van de hal werd gevuld met fototentoonstellingen, waar de documentaire / journalistieke fotografie overheerst. Veel oorlog, maar ook andere onderwerpen. Er zijn best veel mensen , maar de drukte zoals je die aantreft op de stands van de grote cameramerken ontbreekt. Uiteraard hebben ook verschillende andere stands fotografie. Toch blijft het een vreemd contrast, een beurs die vooral gericht is op de fotografische techniek die uiteraard bedoeld is om foto’s te maken, maar het is een sprong in je hoofd om van de techniek naar het beeld om te schakelen.
Techniek
Techniek is tegenwoordig digitale techniek, de rol van de analoge fotografie lijkt grotendeels uitgespeeld, ook al zijn er nog leuke dingen te vinden, mooie Chinese handgemaakte platencamera’s, prachtige objectieven van Rodenstock, direct positief fotopapier van Ilford foto om zwartfoto’s in een oplage van één te maken, het staat er allemaal. Maar het zijn kleine plekjes, verder is alles digitaal. En toch is daar iets vreemds mee vind ik. Wanneer je naar de camera’s kijkt zie ik toch uiteindelijk nog maar weinig camera’s die echt volledig gebruik maken of de gebruiker de optie geven om volledig gebruik te maken van de vele mogelijkheden die de digitale techniek gewoon zou kunnen bieden. Veel camera’s zijn volgens mij nog steeds omgebouwde of opnieuw ontworpen analoge camera’s die de foto toevallig digitaal registreren. Dat is natuurlijk een optie en er valt prima mee te fotograferen. Maar er moet zoveel meer mogelijk zijn, en dan niet wat betreft het aantal pixels of de hoogst bruikbare ISO instelling, die zaken zijn inmiddels wel geregeld. Want het lijkt me dat we in de ontwikkeling van de techniek wel een stadium bereikt hebben waar je je af kunt vragen of er nog zinvolle verbeteringen te halen zijn. want of de camera nu 18 of 24 miljoen pixels heeft, of ISO 3200 dan wel 6400 de hoogste instelling is, het is niet meer van belang voor de fotograaf, wel voor de marketing afdeling van de producent denk ik. En dat ontbreken van de mogelijkheid om echt grote sprongen voorwaarts te maken in de techniek zou moeten leiden tot andere keuzes. Ik denk dat er nog heel veel te winnen is bij het wijzigen van de mogelijkheid om de camera als gebruiker naar je hand te zetten. Er zijn heel veel instellingen, veel er van worden waarschijnlijk nauwelijks gebruikt, gewoon omdat het te veel werk is om ze alsmaar te wijzigen als de omstandigheden waaronder je fotografeert wijzigen. Denk maar eens hoeveel je moet omschakelen als je van binnen naar buiten loopt met je camera. Of waarom elke video camera keurig laat zien waar de opname overbelicht zal raken, terwijl er slechts een enkel fototoestel is dat de gebruiker dezelfde buitengewoon nuttige optie biedt. Er is zelfs een camera die de optie wel aanbiedt in de video-stand, maar niet wanneer je er foto’s mee wilt maken! De bediening van de camera lijkt me een terrein waar veel kan gaan gebeuren, en de elektronische zoeker hoort daar bij, als je tenminste van een echt digitale camera wilt spreken. De eerste nieuwe opties worden geboden door het inbouwen van een complete computer in een camera. Het systeem is dan gebaseerd op Android. Nu gebruikt om de opnames te delen, maar het ligt erg voor de hand dat ook alle zaken die te maken hebben met het bedienen van de camera via een dergelijk systeem toegankelijk gemaakt gaan worden. En dat zou dan de mogelijkheid kunnen bieden de werking en instellingen van de camera volledig naar je hand te kunnen zetten als gebruiker. We zijn benieuwd.
Optiek en materiaal
Een andere interessante ontwikkeling is de strijd tussen de opnamecapaciteit van de sensor en de kwaliteit die de objectieven kunnen leveren. Het lijkt voor de hand te liggen dat je vindt dat het objectief zo goed moet zijn dat het in staat is voldoende detail te leveren om elke pixel op de sensor van unieke informatie voorzien. En omdat die sensoren zoveel beter zijn dan film hebben in deze visie de objectieven ontwerpers een probleem. Maar wanneer je de scherpte zo hoog legt krijg je ook te maken met het probleem van de zichtbaarheid van de structuur van het digitale beeld, de pixels. En dat wil je eigenlijk niet. En bij met name de portretfotografie ligt de detailweergave dan zo hoog dat er achteraf enorm aan de foto’s gerommeld moet worden om de huid weer toonbaar te krijgen. Maar de interessante vraag is wat er gebeurt wanneer het objectief niet goed genoeg is, wanneer het niet in staat is elke pixel van echt scherpe beeldinformatie te voorzien. Op de Epson stand is Hans van Ommeren actief die zijn bomen project opneemt met objectieven en camera gebruik waar de scherpte eigenlijk helemaal ontbreekt. Ook Peter Paul Huf kwam er even langs, hij maakt zijn portretten met oude objectieven die ook de achterwand niet volledig aankunnen wat betreft de scherpte. Maar mooi wordt het wel, en er hoeft nauwelijks aan de huidstructuur te worden gecorrigeerd omdat die niet zo nadrukkelijk in beeld komt. Wat je dan eigenlijk krijgt is dat de digitale techniek zo goed is dat je de beperkingen van het objectief gaat zien, en daarmee verdwijnt ook de digitale structuur uit de opnames, ze wordt althans een stuk minder makkelijk zichtbaar. En dan zijn we weer bij waar het om gaat: foto’s maken en de techniek als middel gebruiken, niet als doel. En dan toch blijft de techniek interessant genoeg om over twee jaar weer naar Keulen te trekken, hoewel je er ook leuk met bekenden kun kletsen en foto’s kunt kijken. Tot op het station, waar je bij vertrek nog even naar de World Press Photo tentoonstelling kunt kijken, met de waarschuwing er bij dat niet alle foto’s geschikt zijn voor kinderogen.

Tags: Photokina

Bekijk ook dit item