terug

Pocketwizard FlexTT5

Off-camera flitsen in de praktijk

Zodra je TTL-flitsers van de camera afhaalt, wordt de aansturing een probleem. Een teveel aan zonlicht kan er al voor zorgen dat de losse flitsers niet meer communiceren met de camera. De Pocketwizard FlexTT5 zou moeten zorgen voor betrouwbare radiografische flitsontsteking. Werkt dit in de praktijk?

Moderne TTL-flitssystemen kunnen veel. Ze nemen de fotograaf ingewikkelde berekeningen uit handen. Je kunt ermee flitsen bij snelle sluitertijden. En je kunt – heel belangrijk – draadloos flitsen met meerdere flitsers met behoud van de automatische lichtmeting. Het voordeel daarvan is dat je zo veel mooier flitslicht krijgt, mooier dan wanneer de flitser op de camera zit. En met digitale camera’s werkt het zelfs heel fijn doordat je direct kunt zien wat je doet en wat het effect is van het verplaatsen van een flits. Een site als Strobist.com heeft inmiddels voor een ware hype gezorgd in het gebruik van flitsers los van de camera.

Strobisten

Fotografen die met meerdere kleine flitsers werkten, waren er al veel langer, maar nu worden ze ineens ‘strobisten’ genoemd. ‘Offcamera’ flitsen is in. En dankzij de moderne ETTL- en iTTL- flitssystemen van Canon en Nikon is het ook relatief gemakkelijk. Je kunt meerdere flitsers en zelfs meerdere groepen flitsers vanaf de camera bedienen. Je kunt flitsratio’s en vermogens instellen en correcties aanbrengen zonder er één enkele stap voor te doen. Maar al dat moois werkt alleen zolang de losse flitsers in het zicht staan van de voorzijde van de hoofdflits en er niet te veel omgevingslicht is.

Bij alle cameramerken worden de losse slave-flitsers namelijk aangestuurd met behulp van (infrarood)licht. Zodra de losse flitsers achter de hoofdflits staan, of om een hoekje, of achter een softbox of flitsparaplu, werkt die hele geavanceerde flitsbesturing niet meer. Ook te veel zonlicht kan ervoor zorgen dat het systeem niet meer werkt.

Voor fotografen is er weinig zo vervelend als apparatuur die onbetrouwbaar is. De oplossing lag voor de hand: radiografische besturing. Maar tot nu toe wilde geen enkele grote fabrikant zich hieraan wagen. Het voordeel van infrarode besturing is dat het in alle landen is toegestaan. Radiografische signalen moeten niet alleen aan meer eisen voldoen, maar ook nog eens aan eisen die van land tot land kunnen verschillen.

Tegenlichtopname van interieurstyliste Femke Krol van Stijlsupport. Met flits kun je het contrast verlagen en het model 'in het zonnetje' zetten. Vanwege de grote hoeveelheid zon moest wel met snelle sluitertijden worden gewerkt. Geen probleem voor Canon- of Nikon-flitsers met highspeed sync. Maar werken met meerdere losse flitsers kun je dan wel vergeten. De losse units zien de stuurpulsen van de hoofdflitser niet meer door al dat zonlicht. Typisch een situatie waar de Pocketwizard FlexTT5 zijn meerwaarde bewijst.

Frequentie

Toch is er eindelijk licht aan de horizon. De eerste fabrikant die een werkend radiografisch systeem voor TTL-flitsers op de markt bracht, was het Amerikaanse Radiopopper. De zenders van Radiopopper zetten de pulsen van de flitsers om in een radiografisch signaal en de ontvangers vertalen dat weer naar een infrarood signaal. Qua idee heel simpel en het heeft als voordeel dat Radiopoppers universeel bruikbaar zijn op Canon- en Nikon-flitsers. Helaas zijn er van Radiopopper nog geen voor de Europese markt goedgekeurde modellen.

Vrij recent is ook Pocketwizard met een tweetal radiografische units gekomen, en zij zijn er wel in geslaagd in korte tijd ook modellen met een EC-goedkeuring te maken. Op dit moment zijn ze er alleen voor Canon. De Nikon-versies laten nog even op zich wachten. Het grote verschil tussen de Amerikaanse en de Europese modellen zit in de frequentie van het radiografisch signaal. In Amerika is dit 340-354 Mhz, in Europa is dit 433 Mhz. De Pocketwizards werken volgens een ander principe dan de Radiopoppers.

Pocketwizard maakt twee modellen met radiografische besturing, de MiniTT1 en de FlexTT5. De TT1 is veel kleiner dan de FlexTT5, maar kan alleen als zender boven op de camera worden gebruikt. De FlexTT5 kan zowel zenden als ontvangen en wordt gevoed door twee universele AA-batterijen.

Hypersync

De TT1 en de TT5 doen meer dan het simpelweg doorgeven van de stuurpulsen van de camera of de hoofdflitser. Je bevestigt de TT5 ook niet op de hoofdflits, maar tussen de flits en de camera. De TT5 pikt dus de signalen van de camera op en geeft ze vertaald door aan de flitser. Dat vertalen heeft een aantal voordelen. Zo kun je met de FlexTT5 op de camera met een eenvoudige Canon 430 als hoofdflitser werken en heb je niet meer per se een 580 of 550 nodig. Ook kan zelfs de nieuwe compacte 270 van Canon als slave worden gebruikt. Dat kan doordat de FlexTT5 kan herkennen of hij als master of als slave wordt gebruikt. Om die signalen allemaal goed te kunnen vertalen, moeten de Pocketwizards over informatie beschikken.

Zowel de TT5 als de TT1 beschikt over een USB-poort waarmee nieuwe software kan worden opgehaald. Voor de Canon 5DII is er nu bijvoorbeeld een update waardoor de TT5 kan herkennen dat hij op een 5DII wordt gebruikt. Hierdoor kun je nog gemakkelijker gebruikmaken van een hele speciale functie van de TT5: hypersync.

Normaal gesproken gaat bij een sluiter het eerste gordijn open. Als dat eenmaal open is gaat de flits af, waarna het tweede gordijn zich sluit. Met hypersync gaat de flits eigenlijk al af voordat het eerste gordijn helemaal open is.  Hierdoor gaat zo’n 5% van de energie verloren. Daar staat tegenover dat je bij een aantal Canon-modellen wel een volle stop snellere sluitertijd kunt gebruiken. En wanneer je de flits mengt met daglicht, kan een stop snellere sluitertijd betekenen dat het diafragma een stop verder open kan. En dan heb je ineens maar de helft van het flitslicht nodig. Je kunt de mate van hypersync handmatig inprogrammeren, maar op de Canon 5DII gaat dit met de nieuwe update automatisch.

Met de Pocketwizards met radiografische sturing ben je veel vrijer in de plaatsing van je licht en het gebruik van accessoires. Bij dit portret van Rene Verbruggen van Daamen en Van Sluis accountants zijn twee flitsers gebruikt. Eén op de camera en één in een paraplu. Zonder de TT5's zou de flitser in de paraplu niet mee hebben geslaved en had ik het licht anders – en minder briljant – moeten maken. Dankzij de Pocketwizards werkte alles perfect.

Foutloos

In de praktijk deden de Pocketwizards bijna probleemloos hun werk. Verstopt achter paraplu’s en zelfs met high speed sync in de volle zon synchroniseerden ze. De flitsmeting was op TTL precies zoals de Canon zou meten als de Pocketwizards niet zouden worden gebruikt. Ratio’s en flitscorrecties waren allemaal eenvoudig in te stellen en leverden ook steeds de juiste veranderingen in het beeld op. In combinatie met een 580 EX II kun je tevens handmatig de flitsniveaus van verschillende flitsers instellen wanneer eTTL te veel variatie in de lichtmeting oplevert. Ook dit werkt met de TT5 foutloos. Pocketwizard claimt een bereik van 240 m. Helemaal nagemeten heb ik het niet, maar in het open veld is het bereik inderdaad groot.

Zodra de flits meer dan 100 meter van de camera af staat, zal het gedeelte in de foto dat door de flits wordt verlicht zo klein worden, dat het bijna zinloos is om te flitsen. Tenzij je met extreme telelenzen werkt natuurlijk. Wanneer er muren tussen de camera en de losse flits zitten, zakt het signaal snel weg. Om een hoek gaat het nog prima, maar dwars door een muur geeft toch snel onbetrouwbare resultaten. Tijdens de eerste testseries had de TT5 soms ook bij het veranderen van settings een paar opnamen lang problemen met de juiste flitsdosering. Dit was met een paar kalibratieshots steeds te verhelpen.

Wat bij het werken met de FlexTT5 belangrijk is, is de juiste wijze van aanzetten van de verschillende onderdelen, zoals de flitser, de camera en de TT5. En daarnaast loont het ook de nieuwste software op de TT5 te zetten en de online- handleiding van Pocketwizard regelmatig te raadplegen. Hierin worden de laatste bugs en bugfixes bijgehouden, zodat eventuele problemen je niet tijdens een opdracht zullen verrassen.

De MiniTT1 en FlexTT5 geven je de vrijheid flitsers neer te zetten waar ze het mooiste licht geven, zonder dat je nog rekening hoeft te houden met de hoek van de infrarode puls van de hoofdflits. En highspeed invulflitsen met meerdere flitsers in fel zonlicht is een eitje met de Pocketwizards. Eindelijk kunnen we nu met open diafragma en snelle sluitertijden creatief inflitsen in de volle zon.

Een minpuntje is dat de FlexTT5 vrij groot is en bijna net zoveel kost als een Canon 430-flitser. Was het echt niet mogelijk voor Canon deze techniek voor een zacht prijsje compact in een flitser in te bouwen? Hoe dan ook, deze Pocketwizards bieden mogelijkheden die je nergens anders mee krijgt en werken goed. Ze zijn in feite onmisbaar voor iedere fotograaf die veel met slave-flitsers werkt.

Tags: Canon TTL

Bekijk ook deze items