terug

Nikon D800 versus D800E

Van de Nikon D800 met 36 Mp fullframe sensor zijn twee versies verschenen, de D800 en de D800E. Het enige verschil tussen beide is dat er bij de D800E is afgezien van een anti-alias filter. Dat lijkt een klein verschil, maar het is wel een belangrijke keuze, en biedt de fotografen ook een keuze bij de aanschaf. Veel fotografen zijn er een beetje huiverig voor, en  vragen zich af of het ontbreken van dit filter niet meer problemen dan voordelen oplevert.
Anti-Alias
Vrijwel alle digitale camera’s maken gebruik van een ‘anti-alias’ filter. Het wordt ook wel ‘low-pass’ filter genoemd, maar nooit aangeduid met wat het eigenlijk is, een ‘blur’ of soft-filter. Toch is dat wat het filter technisch gezien is, het voegt een klein beetje, heel nauwkeurig gedoseerde onscherpte toe aan de opname om een probleem te voorkomen. Dat probleem komt voort uit het feit dat de camerasensor volgens een strikt regelmatig patroon is opgebouwd uit pixels met daarover heen nog weer eens een regelmatig patroon van kleurenfilters. De indeling daarvan ontleent de naam aan ingenieur Bayer van Kodak, de bedenker er van, vandaar het ‘Bayer-patroon’. In principe zou je met een monochroom werkende digitale camera ook moiré-patronen kunnen krijgen, ze ontstaan door het net niet op elkaar passen van de regelmaat in het onderwerp en de regelmaat van de pixels op de sensor waarop de afbeelding wordt geprojecteerd. Maar omdat er vrijwel alleen kleurencamera’s worden gebruikt is het vooral het nog ergere verschijnsel waarbij die interferentie zich ook nog eens laat zien als blauwe of paarse kleurtjes. Een enkele keer kan het verschijnsel nog andere vormen aannemen, die dan veel grootschaliger zijn dan het effect op pixel niveau. Het anti-alias filter heft dit verschijnsel meestal op door het toevoegen van wat onscherpte. Het werkt overigens niet altijd, ook bij een camera met een anti-alias filter wil er wel eens iets misgaan op dit gebied. Om de vraag of het nu beter is om met of zonder zo’n filter te fotograferen moet je de afweging kunnen maken hoe vaak het verschijnsel zich voordoet, en hoe erg de remedie is, hoeveel scherpte je verliest. Het verschijnsel doet zich alleen voor bij regelmatige patronen in je onderwerp. Landschapsfotografen zullen er zelden mee te maken krijgen, architectuurfotografen daarentegen heel vaak, de spijlen van balkon hekjes of luxaflex achter een raam, dat zijn onderwerpen waar het mis kan gaan. Als ze klein genoeg op de foto staan tenminste. Bij mode-, portret- of huwelijksreportages kan het verschijnsel in kleding opduiken. Daarmee zijn landschapsfotografen de meest voor de hand liggende gebruikers voorde D800E, de anderen hebben een moeilijkere afweging te maken. Naast een anti-alias filter kan ook de software voor de RAW-verwerking het verschijnsel bestrijden. Al lang bieden Capture One en Phocus die optie, sinds versie 4 kan het ook in Adobe Photoshop Lightroom en in Camera RAW7 die hoort bij Photoshop CS6. Natuurlijk kost het tijd om het verschijnsel in de nabewerking te bestrijden, en het levert ook een klein kwaliteitsverlies, vergelijkbaar met het filter in de camera. Voordeel van de software is dat het alleen kan worden toegepast waar het moet werken, de rest van de foto blijft onaangeroerd. En zoals met alle bewerkingen, het bereikte voordeel is veel groter dan het nadeel.
Verschil


Uit de verschillende vergelijkingen die her en der gedaan zijn komt vooral naar voren dat het verschil in scherpte tussen beide camera’s in de praktijk niet zo groot is. Het is altijd moeilijk om de resultaten van anderen te beoordelen, maar als je met een D800 aan de slag gaat is uiterste zorgvuldigheid in de omgang met de camera geboden. Een statief, het voor de opname opklappen van de spiegel, weer even wachten en dan ontspannen met een afstandsbediening, dat zijn de voorzorgsmaatregelen om bewegingsonscherpte te voorkomen. Het controleren van de scherpstelling, ofwel door heel ver in te zoomen in live-view, ofwel door eerst je camera-objectief combinatie met de Lenscal van Michael Tapes te controleren en eventueel bij te stellen. Wanneer je dan opnames maakt van iets waar je de scherpte ook echt kunt zien, zoals de Siemens sterren van het NIDF testsysteem, dan is het verschil tussen beide camera’s wel te zien, de D800E is scherper. In de praktijk zal dat verschil waarschijnlijk vaak kleiner uitpakken, alles wat de hoogst haalbare kwaliteit aantast heeft meer negatief effect op de D800E dan op de D800, hoewel beide natuurlijk het beste resultaat leveren als alles 100% in orde is. Met de D800E komt het kleinbeeld formaat heel dichtbij het middenformaat. Daar zijn natuurlijk nog modellen met een hoger oplossend vermogen, meer pixels. En de beeldvoordracht, met name het verloop naar de onscherpte blijft anders. Maar daar staan veel voordelen van een D800E tegenover. Voor deze hoge kwaliteit van de D800E ben je wel aangewezen op een objectief van de nieuwste generatie van Nikon, werk je met oudere objectieven, dan verdwijnt het verschil, die kunnen gewoon niet genoeg detail leveren om verschil te maken. Maar zelfs dan kan het gebruik van een camera met heel veel pixels nog wel zin hebben, scherpte is immers niet het enige waar het bij fotografie om gaat.
Workshop

Een workshop fotograferen met de Nikon D800 in combinatie met  de grootformaat printer HP z3200 mag u eigenlijk niet missen! Speciaal voor fotografen die willen weten welke printkwaliteit kan worden gehaald met dergelijke bestanden.
Op 8 oktober en op 15 oktober kunt u bij het NIDF zelf zien en ervaren hoe goed de kwaliteit is. Voor uitgebreidere informatie of als u zich wilt aanmelden, gaat u naar de NIDFwebwinkel:
http://www.nidfwebwinkel.nl/a-26838825/seminars/nikon-d800-en-de-hp-z3200

Bekijk ook deze items