terug

Nieuwsgierig naar de stand van het land

Siebe Swart (53), documentair en landschapsfotograaf, laat bij voorkeur van bovenaf zien hoe Nederland verandert. Hij concentreerde zich op infrastructurele werken. Dat leverde in 2007 ‘Panorama Nederland’ op. Inmiddels werkt hij onverdroten aan ‘HetLageLand’, Nederland in gevecht met het water.

Richt u de camera wel eens naar boven?

“Nooit. Wel naar beneden. In mijn luchtfotografie. Die kwam voort uit de wijde blik die ik daarvóór ontwikkelde. Tussen 1997 en 2007 kwam dat samen in ‘Panorama Nederland’, over de uitvoering van grote infrastructurele werken.”

‘Panorama Nederland’ was geen opdracht. Terwijl de overheid dit toch zelf had moeten willen laten vastleggen.

“Dat is waar. De projectorganisaties, zoals van de HSL en de Betuwelijn, huren wel fotografen om hun project te verkopen. Mooi hoor, maar dat beperkt zich tot de blik van de opdrachtgever. Ik nam zelf het initiatief. Ook tot projecten als de Polderbaan, de A73, de Westerscheldetunnel, De Blauwe Stad. Er ging in die tijd een soort bouwgolf door Nederland.

In Frankrijk gaf het ministerie van Ruimtelijke Ordening fotografen wel opdrachten het landschap te inventariseren. Ook dat inspireerde me. Het BKVB – Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst – wilde subsidiëren. Van al die deelprojecten verzamelde ik informatie. Nog voordat ze gingen bouwen ging ik erheen, zo in de jaren ’97-’99. Daar stond ik dan in het weiland, op een akker. Ik wist natuurlijk nog niet hoe het eruit zou gaan zien. Daarom maakte ik panoramafoto’s: misschien komt het straks links of rechts, laat ik de hele plek maar fotograferen.”

Dat deed u met zo’n Roundshot panoramacamera.

“In het begin met losse foto’s die ik aan elkaar plakte. Maar dat is zo arbeidsintensief dat ik het later met een camera deed die om z’n as draait. Dat resulteert in één lange filmstrook. Je kunt instellen op 180 graden, tot een heel rondje van 360 graden. Dat heb ik een aantal jaren op zo’n vierhonderd plekken in Nederland gedaan.”

Vierhonderd!

“Uiteindelijk staan er in Panorama Nederland 85 uit die enorme overvloed. Rond 2000 had ik al die plekken geïnventariseerd, en alweer opnieuw gefotografeerd, vanuit identiek standpunt. Toen begon ik te dromen dat het een boek kon worden. Ik wachtte tot alle deelprojecten voltooid waren. Stelde me voor dat ik de ontwikkelingen per project onder elkaar in het boek zou zetten. Maar ik wilde er nog iets aan toevoegen. Eerst dacht ik: terug met een kleinbeeldcamera. Allerlei ander beeld verzamelen: gebruiksvoorwerpen, gereedschappen, de auto´s, machines die men gebruikt. Nee, niet de mensen die aan het werk zijn; ik ben geen reportagefotograaf.”

De waterkering in de Nieuwe Waterweg wordt een maal per jaar, voordat het stormseizoen begint, getest. Tijdens het sluiten van de kering ligt alle scheepvaartverkeer naar de Rotterdamse haven stil. Aan de horizon Rotterdam, rechts Calandkanaal en de havens van Europoort. De Maeslantkering sluit normaal gesproken alleen bij dreigende stromvloed en bij een waterstand van 3 meter of meer boven NAP. © Siebe Swart

Er komen vrijwel geen mensen op uw foto’s voor.

“Ze spelen een rol in het grotere geheel, zijn niet het onderwerp. Het is niet mijn fort. Maar ik merkte dat ook die kleinbeeldfoto’s niet echt iets toevoegden. Toen viel het muntje: ik wilde die plekken vanuit de lucht fotograferen. Nou is luchtfotografie een vak apart. Mensen die het al jaren doen, gebruiken er speciale en vrij kostbare apparatuur voor.”

Zoals?

“Camera’s waarin een groot formaat film kan, niet als 4×5″-vlakfilm, maar als rolfilm die je speciaal moet laten ontwikkelen. Bij vlakfilm kun je maar één opname per keer maken. Prima voor studiowerk, maar te langzaam in de lucht. Dus heeft men bedacht dat je diezelfde film er op rollen in kunt stoppen, en zo kunt doorwerken. Je hebt dan wel een speciale camera nodig waarvan de achterwand vacuüm wordt gezogen, zodat je zeker weet dat de film perfect vlak ligt. Want vanuit de lucht fotografeer je vrijwel altijd op oneindig. Dat is allemaal heel duur, dus ik ben ‘second best’ begonnen: rolfilm op 6×7- of 6×9-formaat. Dat zijn dan toch tien opnamen achter elkaar. En betaalbaar, wat apparatuur- en filmkosten betreft. Het kán ook, doordat mijn foto’s bedoeld zijn voor een boek of anderszins, niet voor enorme monumentale foto’s aan de muur die planologische fenomenen moeten beschrijven. Zo rond 2001 ben ik dus begonnen met middenformaatcamera’s op film de belangrijkste projecten vanuit de lucht te fotograferen. Al doende heb ik me het metier – het is toch een vak apart – eigen gemaakt.”

Dat is dus duur. En daar komt dan ook nog eens de vliegtuighuur bij.

“Ik heb vanaf het begin voor helikopters gekozen. Dat is twee keer zo duur, maar je kunt meer op maat werken. Dat maakt het efficiënter. Altijd met dezelfde piloot, vanaf Hilversum. Goed voor de samenwerking. Hij weet op zeker moment wat je wilt, ook onderweg. Daar maak ik ook opnamen. Hij voelt aan hoe ik een object wil fotograferen.”

U hebt, ook dit seizoen, veel winterfoto’s gemaakt.

“Dat noem ik de bijvangst. Foto’s onderweg maak ik om den brode. Ze leveren een redelijk goede verkoop uit archief op, via Hollandse Hoogte. Dat deed ik vroeger al: op weg naar de HSL ook foto’s maken van het Groene Hart, of de Kop van Zuid in Rotterdam. Tegenwoordig maak ik speciale vluchten voor archieffoto’s. Vorig jaar voor het eerst in tien jaar het schaatsen op natuurijs. Dit jaar vooral sneeuwlandschappen.”

Vries je daarboven niet halfdood? Je kunt toch niet door glas heen fotograferen?

“Als het moet wel. Verder is er goede verwarming. En de deur hoeft er tegenwoordig niet meer uit (dat was heel koud); er is nu een raam. Je moet ook rekening houden met trillen, dus je werkt met sluitertijden van 1/500 s. En dan nog is er wel sprake van bewegingsonscherpte.”

Men noemt u documentair fotograaf, maar ook landschapsfotograaf.

“Voorop staat dat ik iets beschrijf. Landschap en verwante zaken komen het meest voor. Ik ben nu, na tien jaar Panorama, bezig met het project ‘HetLageLand’. Dat gaat over hoe Nederland gevormd is door het water. Door de zee, door rivieren. In 2008 verscheen een rapport van de Deltacommissie, dat inventariseert hoe onze veiligheid in relatie tot het water eraan toe is. Daaruit blijkt dat de kustverdediging niet optimaal is. Dus worden de zwakke schakels verbeterd. Met de rivieren wil men nu anticiperen door overloopgebieden te creëren. Daar laten luchtfoto’s ook heel goed sporen uit het verleden zien, zoals van de ramp in 1953. Ook de meanders van de Maas, die na de overstroming van 1926 is gekanaliseerd, zijn nog waarneembaar.”

Dus je moet ook nog historicus zijn voor dit vak.

“Ik zoek en lees veel. Op internet, in de bibliotheek. Dan ga ik er met de auto op uit, breng het met gewone foto’s in beeld, ook als voorbereiding op de luchtfoto’s. Tot nu toe heb ik een jaar lang overal de kust gefotografeerd. Tegelijkertijd bereid ik het rivierenonderwerp voor. Het is een boek in wording. Samen met de vormgeefster, Els Kerremans, heb ik besloten vooral de luchtfoto’s het verhaal te laten vertellen. Zo laat ik op mijn manier heden, verleden en toekomst zien. Daar komt een register bij met grondfoto’s, en een beschrijving in woorden.”