terug

Mooier: Oof Verschuren

Laat eens een paar kleine foutjes zien.

“Oh mijn god! Dat heb ik een keer in een video gezegd hè, dat ik een mooimaker zou zijn, maar wel met foutjes. Ik bedoel ermee dat ik niet iedere foto helemaal perfect wil maken door het gladstrijken van gezichten. Natuurlijk moet het mooi, maar dingen die net niet helemaal kloppen vind ik leuker.”

Uw composities kloppen wel heel erg.

“Denk ik wel. Ik probeer dat tenminste. Ik zet altijd alles in het midden, dan zie je het goed.”

Noem eens een voorbeeld van zo’n foutje.

“Tja, dat doe ik op het gevoel. Ik ga het niet verzinnen. Als dingen ongemakkelijk in beeld staan, verstop ik ze niet. Ik laat pukkeltjes, littekens zitten. Wil de reclame-uiting iets filmisch, iets echts meegeven. Het is een lastige, hoor.”

Maar wel zo aardig, omdat op het eerste oog uw werk er glad, gelikt uitziet.

“Nou ja, ik noem dat verzorgd. Ik hou niet van al te realistisch. Mijn reclamewerk is niet documentair. Een beetje ertussenin. Het moet iets filmisch, iets levendigs houden.”

Daar houdt u ook rekening mee bij het photoshoppen, als u daar al aan doet.

“Shoppen: welzeker. Sinds het voorhanden is en goed werkt, is het zeker in de reclamefotografie je nieuwe donkere kamer. Belangrijk gereedschap. Je weet van tevoren al: dit of dat gaan we met de computer doen. Als je weet dat je je scherptediepte niet haalt, schiet je dingen apart. Die zet je dan in een achtergrond. Eerst de voorgrond scherp, dan de achtergrond scherp, wat je dan later componeert. Of je haalt dingen uit beeld die in de weg staan. Vroeger moest je een lantaarnpaal omzagen, nu doe je pfft, weg. Soms doe ik het zelf. Maar de goede mensen om je heen verzamelen is het halve werk.”

Uw foto’s worden door anderen bewerkt.

“Over het algemeen huur je die in. Zoals ik ook niet zelf de modellen uitzoek, of de styling, de visagie doe. Dan wordt je eigen foto ook beter. Ik doe dat meestal met Magic, een retoucheerbedrijf.”

Zelf werkt u veel in uw studio.

“Ja. Maar ook op locatie. Ik doe gevarieerde dingen. Ik noem mezelf dan wel mode- en reclamefotograaf, maar ik doe ook veel stills, stillevens. En interieurs. En portretten. Ook veel voor tijdschriften. Architectuur doe ik zelden.”

Daar heb ik anders prachtig beeld van gezien.

“O ja? O ja. Dat was voor een vriendje van me, The Lighthouse op IJburg. Dat zie ik niet als werk. Ik doe ook graag vrij werk. Veel met modellen.”

En dan maar hopen dat je het verkoopt.

“Nee, dat maak ik in eerste instantie voor mezelf. Omdat ik het leuk vind.”

Daar moet dan nog eens een boek van komen.

“Dat gaat wel gebeuren. Moeilijk om nu in een interview te zeggen, want ik heb er nog geen deadline, geen uitgever voor. Ik werk er wel naartoe: een expositie, een boek, een borrel. Heb ik nog nooit gedaan.”

Grappig. Voor veel fotografen is dat toch het hoogste.

“Vind ik ook wel. Maar het duurt lang voordat je zelf gelooft dat je het gaat doen. Er is altijd twijfel of het goed genoeg is om mee naar buiten te treden. Maar ja, zolang je dat van tevoren blijft denken, komt er nooit wat van. Trouwens, voor een kookboek van m’n meisje maak ik wel de fotootjes. Culinaire fotografie, wat ik nooit doe. Maar da’s voor de lol en de liefde.”

Zou u een overzicht in den brede maken, een retrospectief, of een niche uit uw werk nemen?

“Ik zou een thema zoeken waar ik op dat moment veel voeling mee heb, en daar dan veel foto’s van maken. Dat een keer ophangen. Dan maak je je kwetsbaar. Spannend! Reclamefoto’s maken blijft even spannend. Dat bouw je op met een klant. Er ligt een idee, je voegt er wat aan toe om het mooier, beter te maken. Samen met een artdirector breng je dat naar een mooie advertentie. Te gek, als dat goed uitpakt.”

Wie is in dat proces de baas, de artdirector?

“Ja, want hij, althans het reclamebureau, is mijn klant. Die betaalt. Ze bellen mij niet voor niks. Dat doen ze om mijn aanpak, mijn productiewijze, mijn visie. Zeker nu. De spoeling is redelijk dun.”

U voelt de crisis aan den lijve.

“Het gaat nu goed. Begin vorig jaar was het twee, drie maanden erg stil. Daarna ging het weer goed. Het blijft grillig, dat wel. Nu barstens druk, voor hetzelfde geld heb ik over twee maanden weer niks te doen. Maar ik ben geen econoom, weet er te weinig van. Ik kan alleen maar m’n best doen.”

Het ligt niet aan de producten die u fotografeert.

“Nou ja, als he t slecht gaat moet je toch reclame maken? Lijkt me logisch. Aan de andere kant, daar moet je wel geld voor hebben. Een automerk laat misschien een foto in het land van herkomst maken en zet er een Nederlandse tekst onder. Anderzijds zie je op billboards weer veel meer fotografie dan tekst.”