terug

‘Mensen lezen’: Interview met Henk van Kooten

Ook voor Henk van Kooten heeft een dag niet meer dan vierentwintig uur. Toch ziet hij kans een flinke studio draaiende te houden, wint hij prijzen, geeft hij lezingen en workshops overal ter wereld, is president van de MPA, Fellow bij de BIPP en zo nog het een en ander. Het een nog prestigieuzer dan het ander. En dat alles in tijden van recessie voor fotografen. Hoe doet hij dat?
Zeven jaar geleden is de studio in Wijchen betrokken: studio en woonhuis, alles onder één dak. Een mooi pand op een industrieterrein, onder architectuur gebouwd. Henk van Kooten woont er met vrouw en kinderen. Zijn vrouw Christina, opgeleid door House of Orange, werkt fulltime met hem samen in de studio. Recent wordt uitvoering gegeven aan de plannen om de organisatie van het bedrijf te wijzigen en uit te breiden.

Het gaat goed met de BV Henk van Kooten, terwijl elders in het land fotografen de grootste moeite hebben het hoofd boven water te houden. De corebusiness van Henk van Kooten is portret- en reclamefotografie, waarvan de sector reclamefotografie de laatste jaren sterk groeit, inclusief het met de opdrachtgever meedenken in het creatieve proces en de marketing. In een gesprek met Henk van Kooten proberen we het geheim van zijn succes te ontrafelen.
Je bent als zelfstandig fotograaf begonnen toen je al 35 jaar oud was en een gezin had met vier kinderen. Waarom en hoe heb je die stap toen gezet?
“Ik heb heel lang geen fotograaf willen worden. Ik vond fotografen arrogante betweters, geen leuke mensen. Zo wilde ik niet worden. Maar ik vond fotograferen wel leuk om te doen. Het is wel altijd mijn fascinatie geweest, maar ik denk niet dat er iemand is die niet met beeld bezig is.
Het is eigenlijk door toeval zo gelopen. Ik werkte in de verpleging en had het daar best naar mijn zin. Ik was best fanatiek bezig met nieuwe dingen. Maar ik had wel altijd het gevoel: er moet nog iets in mijn leven gebeuren. Toen ging ik onderuit met mijn mountainbike en zat zes weken thuis. Uit verveling ging ik langs bij de fotograaf voor wie ik jarenlang als freelancer had gewerkt. Ik was toe aan iets nieuws. Uiteindelijk ben ik zelf een studio begonnen. Toen ik weer in het ziekenhuis mocht werken, was ik al aan iets anders bezig.
Mijn eerste studio zat in een klein straatje in Nijmegen. Het eerste jaar ging het niet goed en de druk was enorm. ‘Waar ben ik aan begonnen’, dacht ik toen. ‘Ik heb vier kinderen, een hypotheek, wat een risico.’ Ik deed het toen slecht: plat licht, compositorische clichés. Leen Koper uit Zierikzee heeft me een dag meegenomen en me op een aantal zaken gewezen; daar heb ik wel van geleerd. Hij was aangesloten bij de BIPP-DR (Dutch Region, red.). Toen dacht ik: ik ga nu doen wat ik zelf leuk en mooi vind. Ik heb verder alles zelf ontwikkeld.

In het ziekenhuis heb ik geleerd de lichaamstaal van mensen te ‘lezen’. Mijn karakter is provocerend, ik ben confronterend en direct. Maar ik zie de kwaliteiten van mensen en ik heb een hoge acceptatie van de eigenheid van mensen. Ik heb niet de behoefte mensen te veranderen.
Het zelfbeeld van mensen is vaak totaal anders dan wat anderen vinden. En wat betreft de trouwreportages: die ben ik gaan doen omdat ik het ‘plastic gehalte’ zo omhoog zag schieten. Het werd allemaal hetzelfde, allemaal geprepareerd, de emoties gecontroleerd. Ik wilde meer conceptueel fotograferen, met meer stijl, meer lijnen in de compositie. Ik wilde een niveau hoger, zowel met mijn portretten als in mijn bruidsfotografie.”