terug

Ilvy Njiokiktjien: Het verhaal achter de oorlog

Ilvy Njiokiktjien won met haar foto’s van Afrika al veel prijzen en nominaties. Recent kwam daar de Canon AFJ Award voor beste vrouwelijke fotojournalist bij. De 27-jarige Njiokiktjien is als een wervelwind, altijd onderweg. Maar de laatste tijd komt er meer rust in haar leven.

Voor ANP, HP/De Tijd en Sp!ts reist Ilvy Njiokiktjien de wereld over en soms gewoon voor zichzelf. Om in foto’s het verhaal te vertellen van de oorlog, de droogte en de hongersnood. En dan het liefst het verhaal áchter die oorlog, de menselijke kant van de situatie. Want het is allemaal al verschrikkelijk genoeg zonder dat er bloed in beeld komt. Njiokiktjien (27) wil alles doen, overal naartoe, kan moeilijk stilzitten. Maar de laatste tijd komt er meer rust in haar leven. “Ik werkte 20 uur per dag, inclusief de nachten”, vertelt Njiokiktjien vanuit haar huis in Utrecht, waar ze met vriend Jasper Juinen woont. “Maar Jasper heeft me op de rails gezet qua werktijden. Ik heb nog altijd veel opdrachten en daar ben ik blij mee, maar ik maak nu bewust een selectie. Ik doe nog ongeveer een derde van het werk dat ik vroeger deed. Dat geeft ook een derde minder inkomsten, maar liever minder dan dat gejaag. Voor ANP mag ik nu alle cultuur gaan doen. Dat onderscheid vind ik belangrijk, ik wil me kunnen richten op één onderwerp. Want ik kan niet álles.”

Verhalen vertellen
Op de School voor de Journalistiek in Utrecht volgde ze aanvankelijk de richting schrijven. “Maar ik merkte dat ik het verhaal met foto’s wilde vertellen”, zegt Njiokiktjien. “Met foto’s kan ik een sterker verhaal neerzetten dan met tekst.” Sinds ze in 2006 op fotografie afstudeerde, won ze de ene prijs na de andere. De Canon Jeugdprijs van de Zilveren Camera in 2007, de National Geographic International Photography Contest in 2008. Ze werd genomineerd voor de Scherpenzeelprijs en won de tweede prijs in de categorie Buitenlands Nieuws van de Zilveren Camera dit jaar. En de laatste loot aan de prijzenboom is de Canon AFJ Award: de prijs voor beste vrouwelijke fotojournalist ter wereld. Ze is de eerste Nederlandse die hem wint.
De prijs, ingesteld door de Franse Association of Female Journalists, werd eind augustus uitgereikt op Visa pour l’Image, het internationale festival voor de fotojournalistiek in Perpignan, Frankrijk. “De entourage is al indrukwekkend”, vindt Njiokiktjien. “Door de hele stad hangen foto’s en ’s avonds zijn er buitenprojecties op enorme schermen. Overal is wat te zien en te beleven. En er zijn zóveel mensen, echt bijzonder. Op een 9 meter lang scherm werden mijn foto’s getoond. Ik dacht: ‘Wow, dat ik daar nu tussen hang, tussen al die grote namen’.”
Voor haar inzending selecteerde Njiokiktjien een serie van twintig beelden uit foto’s die zij maakte in een militair trainingskamp voor jonge blanken in Zuid-Afrika. “In Carolina, een dorp op zo’n 3 uur rijden ten noordoosten van Johannesburg, wordt een kamp geleid door een blanke man. Hij noemt zichzelf kolonel. Hij heeft in het apartheidsleger gezeten en is in de geschiedenis blijven hangen. Hij wil weer een blanke natie oprichten, het Boerland, zoals hij het noemt. Blanke jongens in de leeftijd van 13 tot 18 jaar worden in zijn trainingskamp opgeleid tot soldaten om het blanke ras in Zuid-Afrika te beschermen. Hij indoctrineert ze met nationalistische en racistische ideeën.”
Terre’Blanche
Njiokiktjien leerde de kolonel kennen toen ze in april 2010 in Zuid-Afrika was voor HP/De Tijd. “Op de begrafenis van Eugène Terre’Blanche ontmoette ik de kolonel, die me vertelde over zijn opleidingskamp. Ik vroeg of ik langs mocht komen om er een fotoreportage te maken. Dat mocht, maar het ging niet van een leien dakje. Ik heb drie keer een ticket gekocht, maar de kolonel zegde steeds af.” Uiteindelijk kon ze samen met freelancejournaliste Elles van Gelder in maart van dit jaar afreizen. Ze verbleven negen dagen in het kamp, gingen mee op patrouille, liepen tochten van 20 kilometer met camera’s en lenzen op hun rug en sliepen onder de sterrenhemel. “Een trainingskamp duurt negen dagen, daarna komen er weer nieuwe jongens. Ouders sturen hun kinderen erheen om een man van ze te maken. Vaak zijn ze onwetend van hoe de kinderen worden gehersenspoeld.”
Multimedia
Om die indoctrinatie beter te laten zien, maakten Njiokiktjien en Van Gelder met de EOS 5D Mark II een multimedia van foto’s afgewisseld met stukjes film. In het 10 minuten durende filmpje is duidelijk te zien en te horen hoe de jongens – bij aanvang redelijk genuanceerd denkende knapen – na negen dagen verworden tot een echt legertje dat elke zwarte de nek wil omdraaien. “Ze dragen uniformen uit het vroegere apartheidsleger, waar de bloedvlekken en kogelgaten nog inzitten. Ze leren schieten, doen zware oefeningen, waarbij ze soms gewond raken. Ze vertrappen de Afrikaanse vlag. ’s Avonds in het kamp kijken ze naar Hitlerfilms en luisteren naar de ‘heldenverhalen’ over Jan van Riebeeck. De kolonel vertelt hoe slecht Mandela is en bestookt de jongens met kreten als: zwarten zijn verantwoordelijk voor 90 procent van alle inbraken en verkrachtingen, zwarten hebben aantoonbaar minder hersens dan blanken. Met die film wilde ik laten zien wat daar aan de gang is, zodat de toeschouwer zijn eigen mening kan vormen.”
Njiokiktjien denkt dat veel blanke Zuid-Afrikanen bang zijn dat er een burgeroorlog uitbreekt als Nelson Mandela komt te overlijden. “Die kolonel in dat kamp is ervan overtuigd dat hij het goede doet om zijn land te redden. Het komt allemaal voort uit angst.”

Vervolgproject
Met het prijzengeld van 8.000 euro, verbonden aan de AFJ Award, moet de winnaar het project in het komende jaar afmaken. Het vervolg wordt op het Visa pour l’Image festival 2012 gepresenteerd als hoofdtentoonstelling. “Ik ga dus weer terug naar Zuid-Afrika. Ik wil enkele jongens thuis opzoeken en kijken hoe het nu met ze is. Ik wil zien hoe het trainingskamp hun leven heeft veranderd. Vóór het kamp zeiden sommige jongens zwarte vrienden te hebben; na afloop zeiden ze zwarte vrienden gehád te hebben.”
Het winnen van de AFJ-prijs heeft Njiokiktjien wel de nodige aandacht opgeleverd. “Je krijgt er niet direct meer opdrachten door, maar mensen leren wel je naam kennen”, vindt ze. “Daardoor kan ik mijn projecten gemakkelijker verkopen. Mijn foto’s kregen veel aandacht uit Noorwegen, Zweden en Finland. Der Stern was enthousiast en ze worden geplaatst in The Independent en in L’Espresso in Italië. En in Le Figaro en Le Monde natuurlijk, de Franse kranten. Dat levert geld op. Ik heb zo’n 12.000 euro geïnvesteerd in dit project en ik hoop wel dat daar wat van terugkomt.”

Geert Wilders
“Maar”, relativeert ze even later, “ik ben nooit fotograaf geworden om veel geld te verdienen. Ik wil een verhaal vertellen met mijn foto’s. Ik kan ervan leven, want ik doe ook commerciële klussen. Daar moet je niet je neus voor ophalen, vind ik. Maar op mijn website toon ik bewust alleen nieuws- en documentairefotografie. Ik wil in de eerste plaats persfotograaf zijn en daar heb ik het druk genoeg mee. En ik wil tijd hebben voor mijn reportages.”

Voor de toekomst wil ze zich daarop richten. “In plaats van vijf of zes reportages per jaar, maak ik er nog maar één of twee. Ik wil beter en meer gefocust zijn. Grotere verhalen maken, dieper. Die blanke angst in Zuid-Afrika bijvoorbeeld kun je veel breder trekken door ook religie en kerk eraan te hangen. En ik zou graag in Nederland reportages willen maken over een moeilijk te bereiken onderwerp. Ik zou dolgraag drie weken met Geert Wilders willen doorbrengen, mee naar de kapper, dat soort dingen. Of iets met asielzoekers, maar dan vanuit een heel andere invalshoek. Ik weet nu beter wat ik wil, kan beter op mijn doel af. Ik heb meer rust gekregen.”
[Dit artikel stond ook in Pf nummer 9/2011]


Bekijk ook deze items