terug

Het aura van natte collodium

Lost kopie: Alex Timmermans
Lost kopie: Alex Timmermans

Sinds enige tijd bestaat er de internationale dag van de natte collodium plaat. De World Wet Plate Day viel dit jaar op 3 mei jongsleden.
Het tekent de ongekende opmars van een van de oudste fotografische technieken die we kennen. Het is een volstrekt onhandige, uitermate bewerkelijke en niet ongevaarlijke techniek – een paar gram potassium cyanide dat als fixeer wordt gebruikt, kan een paard doden – die meer weg heeft van alchemie dan van fotografie.
Natte collodium werd in 1851 uitgevonden door de Brit Frederick Scott Archer, die hiermee de technische grondslag gaf van de moderne chemische fotografie. Nu, ruim anderhalve eeuw later, blijkt de oude uitvinding weer springlevend.
9367133449_f98f98c463_o kopie
foto: Alex Timmermans

Overal in de wereld duiken fotografen op die de digitale fotografie de rug toekeren en zich storten op het oude ambacht. In Nederland zijn er tal van centra waar workshops in natte collodium gegeven worden en onlangs was er het Europese Collodium weekend in Veldhoven, georganiseerd door Alex Timmermans. In Nederland is er inmiddels een groeiend aantal fotografen druk met natte collodium. Hans de Kort maakt portretten van fotografen van zijn generatie. Peter van Hal en Arnold van der Aa maken ook vooral portretten, terwijl Alex Timmermans naast portretten ook geënsceneerde beelden maakt. Jeroen de Wijs maakt voornamelijk landschappen en Indra Moonen heeft zich toegelegd op persoonlijke sfeerbeelden.
Natte collodium is helemaal hot. Is dit de romantische revival in de eeuw van de technische vooruitgang? Is het de zoektocht naar het verloren gegane aura in de fotografie? Is het een verlangen naar echtheid en puurheid van het fotografische beeld?
Het edele procedé van het natte collodium is verre van eenvoudig. Eerst moet de fotograaf zijn eigen glasplaat op maat snijden en de randen schoonschuren. Daarna moet hij over de glasplaat het collodium gieten, een stroperig, extreem brandbaar goedje, waarin de fotografische zouten zijn opgelost. Daarna moet hij de hele glasplaat onderdompelen in een zilvernitraat-oplossing om de lichtgevoeligheid te activeren. Het bijzondere van dit procedé is dat de glasplaat alleen lichtgevoelig is als het nog nat is, vandaar de naam. Dat betekent dat de plaat binnen tien minuten belicht en direct daarna ontwikkeld moet worden.
Maar voordat de natte collodium fotograaf met het chemisch proces aan de gang kan moet hij meestal zelf zijn eigen houten camera bouwen, op basis van oude tekeningen, en die voorzien van antieke lenzen die het typische karakter van het proces mede bepalen, namelijk veel scherpteverlies aan de randen. Deze camera’s zijn bepaald geen kleine jongens. Jeroen de Wijs bouwde in drie jaar tijd een mammoet camera van 80x80x170 cm. En in Amerika bouwde Ian Ruther een camera die zo groot is dat hij alleen in zijn bestelauto te vervoeren is. De auto is de camera zelf.
Ruther sluit daarbij naadloos aan bij de traditie van de negentiende-eeuwse reisfotografen, die vanwege het natte collodium procedé met een complete huifkar vol platen en chemicaliën op stap gingen. Francis Frith reisde op die manier door Egypte en Roger Fenton maakte vanuit de huifkar een verslag van de Krimoorlog.
12029161716_c3ef456d4e_o[1]
foto: Alex Timmermans
Wat bezielt de hedendaagse fotografen om zich de enorme moeite te getroosten op deze manier beelden te maken? Alex Timmermans antwoordde mij telefonisch op deze vraag: “Je kunt niet dichter bij de fotografie staan dan met dit proces. Ik wil de spanning van het maken van een beeld terug krijgen. Het proces is zo bewerkelijk dat je opnieuw moet leren kijken. Deze techniek brengt me dicht bij mijn gevoel. Het digitale beeld is clean, altijd scherp en heeft daarom geen verrassing meer.” Jeroen de Wijs sluit hierbij aan. Hij antwoordde mij op dezelfde vraag: ”Het mooie van deze techniek is dat het niet dat vluchtige heeft van de digitale fotografie. Ik voel me als een schilder die een landschap schildert. Van achter de camera moet ik het beeld previsualiseren. Dat vraagt een grote concentratie in het scheppen van beelden. Dat maakt het bijzonder voor mij.”
Ongeveer hetzelfde zegt de Amerikaanse natte collodium fotograaf Jody Ake: ”Ik geloof dat collodium voor de meeste mensen aantrekkelijk is omdat collodium het omgekeerde is van digitaal, Met digitale fotografie kunnen we honderden foto’s nemen zonder na te denken. Collodium vereist dat de fotograaf bij elke stap van het proces betrokken is.”
Mario
Mario: Alex Timmermans

Maar is natte collodium alleen een reactie tegen het gemak en de perfectie van het digitale beeld of speelt er nog meer mee? Is het een revival die te vergelijken is met het pictoralisme dat rond de vorige eeuwwende opgang deed? De pictoralisten vonden dat de moderne fotografie te mechanisch werd en er te scherp en technisch uitzag. Zij wilden dat de fotografie werd erkend als kunst en zorgden met edele procedés als de gomdruk dat de opnamen er kunstzinnig uitzagen. Naomi Rosenblum schrijft in haar gezaghebbende geschiedenis van de fotografie dat de pictoralisten het betreurden dat iedereen foto’s kon maken zonder enige artistieke kwaliteit. Om hun werk te onderscheiden van het ordinaire gebruik van de fotografie keerden fotografen naar de edele procedés. Zij vonden dat ze zich niet als kunstenaars konden onderscheiden met de scherpte van de moderne fotografie.
Misschien zijn er ook parallellen in de sociale en politieke situatie van de beide perioden die het teruggrijpen op het hedendaags pictoralisme verklaren. In het begin van de twintigste eeuw was de wereld verregaand gemechaniseerd. De industrialisering bracht snelle economische en sociale veranderingen. Het is de periode waarin de filosoof Walter Benjamin schreef dat in de fotografie het aura was verdwenen. Het aura bestond in de kunst van de unicaten, de eenmalige kunstwerken. Maar in een afbeelding die oneindig gereproduceerd kon worden was het aura verdwenen. Misschien is dat wel waar het de ‘collodiumnisten’ om gaat: het terugbrengen van het aura in de fotografie.
Jeroen de Wijs. Ambrotypie uit de installatie ‘Wald’. Duitsland, 2013
Jeroen de Wijs. Ambrotypie uit de installatie ‘Wald’. Duitsland, 2013

Ook nu zitten we in een periode van snelle sociale veranderingen die onzekerheid met zich meebrengen. In dit soort periodes zie je vaak een introverte, terugtrekkende beweging in de kunst. Dat is te zien aan enkele terugkerende onderwerpen in de collodium fotografie: karaktervolle portretten, romantische landschappen en obscure stillevens, genres die ook populair waren in het pictoralisme. Bij veel natte collodium fotografie is niet alleen de techniek aan het verleden ontleend, maar ook de onderwerpskeuze. Het is niet voor de hand liggend dat een documentair onderwerp met deze fotografische techniek gefotografeerd zou worden, laat staan een genre zoals oorlogsfotografie. Veel fotografen zijn geïnteresseerd in het magisch gehalte van deze techniek. De Rus Igor Vasiliadis schijft: “Als gevolg van een zeer verschillende reactie van de emulsie, samen met een mystieke visie die we niet in onze normale zichtvermogen hebben, heeft deze technologie veel te zeggen. Mensen zijn moe van onnodige details en het realisme van de digitale fotografie.” (blur-magazine)
Jim Colberg is kritisch over deze nieuwe ontwikkeling. Hij schrijft op zijn blogsite jmcolberg.com: “Bewegingen in de fotografie komen en gaan. Wij zijn nu in het tijdperk van de post-Düsseldorfse school, post-geënsceneerd-narratief, post-Sternfield-school, dus iets moet nu op de voorgrond komen. Het is niet moeilijk om het nieuwe formalisme [waar pictoralisme volgens JC onder valt, TH] te zien werken als een reactie tegen al deze drie populaire bewegingen in de fotografie: hier centreert de fotografie zich rond het onderzoeken van zichzelf, in plaats van naar buiten te kijken.”
Jeroen de Wijs. Ambrotypie uit de installatie ‘Wald’. Duitsland, 2013
Jeroen de Wijs. Ambrotypie uit de installatie ‘Wald’. Duitsland, 2013

Terwijl Colburg aan de ene kant gelijk heeft – de thematiek is introspectief en kan ook nogal retrospectief aandoen – aan de andere kant is er wel een groot verschil tussen de huidige terugkeer naar de edele procedés en het pictoralisme. Bij het pictoralisme wilden de fotografen de fotografie als kunst erkend zien en wilden zij de fotografie doen lijken op schilderkunst. Bij de revival van het natte collodium wil men terug naar de oorsprong van het medium zelf en naar het mysterie dat in dat proces verweven zit. De collodiumnisten keren terug naar het individualisme, naar de persoonlijke ervaring van de wereld en zoeken zo de puurheid van het beeld en de waarheid van het bestaan. En dat kan beter met een proces van langzame momenten en fysieke interactie.
Zo fotografeerde Sally Mann voor haar serie Proud Flesh haar man met spierdystrofie en maakte toepasselijk gebruik van het procedé dat gaten en scheuren toont in het beeld, als metaforen voor de situatie van haar man. Zij legt haar werkwijze als volgt uit: “Ik ben het tegenovergestelde van fotografen, die alles heel erg scherp willen krijgen: ze diafragmeren tot f64. Ze houden van detail en ze kijken door het matglas om te controleren of alles echt scherp is. Ik wil dat niets van dat alles. Ik wil dat het mysterieus is.” De Amerikaanse collodiumfotograaf Quinn Jacobson sluit hierbij aan: ”De esthetica lijkt op een half onthouden droom.”
"Het Collodion procédé spreekt mij aan omdat je teruggaat naar een fotografisch tijdperk waarin niets vanzelfsprekend is en onthaasting geboden. Het onvoorspelbare karakter van het Collodion procédé heeft mij gegrepen maar ook de donkere sfeer. Ze dragen bij aan die melancholie waar ik naar op zoek ben in mijn werk." cemetery: Indra Moonen
“Het Collodion procédé spreekt mij aan omdat je teruggaat naar een fotografisch tijdperk waarin niets vanzelfsprekend is en onthaasting geboden. Het onvoorspelbare karakter van het Collodion procédé heeft mij gegrepen maar ook de donkere sfeer. Ze dragen bij aan die melancholie waar ik naar op zoek ben in mijn werk.”
cemetery: Indra Moonen

Ik ben benieuwd of de onderwerpskeuze nog verschillende kanten zal uitwaaieren of dat de thematiek van de edele procedés bepaald wordt door introspectie en meditatie. De fotografie van de collodium fotografe Joni Sternbach levert in dit opzicht verrassende beelden op. Zij fotografeerde met het natte collodium procedé surfers aan het strand. Eigentijdser en banaler kan het niet en daarom ook bijzonder, omdat de techniek je op een ander spoor lijkt te willen zetten. Ook Quinn Jacobson is een uitzondering op de trend van nostalgie. Hij maakte een serie van de gemarginaliseerde bewoners van Madison Avenue in Ogden, Utah. Zijn artist statement over zijn serie geeft een andere kijk op het hergebruik van het oude procedé: “Natte collodium is de perfecte syntax voor mijn werk. Ik gebruik het als metafoor, omdat het gerelateerd is aan verlatenheid. Het proces raakte in de vergetelheid, net zoals de meeste gemarginaliseerde mensen vergeten zijn door de mainstream. Ik omarm het procedé ook vanwege zijn imperfecties, die de menselijke imperfecties weerspiegelen.”
Het natte collodium als reactie op de perfectie van de digitale fotografie lijkt ook een reactie op de oppervlakkigheid van de moderne tijd. Als het zich niet beperkt tot louter nostalgie, voegt het een interessante ontwikkeling toe aan de fotografie. Het neopictoralisme in zijn fysieke, chemische vorm getuigt van meer diepgang dan de talloze apps voor smartphones die deze effecten digitaal nabootsen. Het natte collodium brengt het aura terug in de fotografie!
lees ook het artikel : http://www.pf.nl/groot-formaat-collodium-camera/

Tags: Collodium