terug

Fotograaf Pierre Crom in het rampgebied van vlucht MH17

Hij was al in april in Oost-Oekraïne geweest om de burgeroorlog te fotograferen en wilde onlangs weer terug. Pierre Crom, een Nederlandse fotograaf, die oorspronkelijk afkomstig is uit Frankrijk, vertrok opnieuw naar de turbulente oostgrens. Hij kwam met de nachttrein aan in Donetsk, vroeg accreditatie aan bij de rebellen, wat verrassend genoeg binnen een half uur gereed was, en wilde gaan fotograferen. Bij een wandeling door de stad hoorde hij berichten van het neerstorten van een vliegtuig. Meteen kwam hij tot actie en ging met zijn chauffeur op stap om de plek te lokaliseren. Niemand wist nog waar het precies was.

© ANP/Pierre Crom
© ANP/Pierre Crom

Via Skype, die regelmatig uitvalt, vertelt Pierre Crom vanuit zijn hotel in Donetsk over zijn ervaringen als fotograaf op de rampplek van het neergestorte vlucht MH17: “Om zes uur in de avond was ik vertrokken en om acht uur kwam ik als een van de eersten aan op de rampplek in het dorpje Grabovo. De andere fotografen waren embedded bij de rebellen en hadden blijkbaar meer informatie over de plek. Het was al een beetje donker. Ik was nog nooit op zo’n grote rampplek geweest. Het was heel onwerkelijk. Het leek op een Frans landschap met korenvelden en zonnebloemen, maar nu was alles zwart geblakerd. De brandweer was er al wel, maar ze deden niets. Vrijwilligers hadden op de plekken waar lichamen lagen stokken met witte vlaggen in de grond gestoken. Ik kon die avond niet veel fotograferen, want er is een avondklok en dan moet je op tijd in je hotel zijn.”
© ANP/Pierre Crom
© ANP/Pierre Crom

Op het moment dat bekend werd dat Crom op de rampplek was, kreeg hij heel veel aanbiedingen om foto’s te leveren. Toch besloot hij contact te leggen met Getty Images die zijn foto’s vervolgens wereldwijd uitzette volgens een systeem zoals we dat in Nederland kennen van Hollandse Hoogte.
De volgende dag kreeg Pierre Crom een aanbieding van ANP om gedurende een week exclusief voor hen te werken. Alle foto’s die hij na die eerste avond maakte zijn dan ook eigendom van het ANP.
“De volgende dag heb ik wel veel lijken en menselijke resten gezien, maar het ANP vroeg me verstilde beelden te maken. Uiteraard heb ik geen foto’s gemaakt waarop lijken herkenbaar zouden zijn, dat wilde ANP ook niet. Je moet humaan met zo’n situatie omgaan. Ik zag veel arme mijnwerkers uit de omgeving die spullen aan het verzamelen waren om zelf mee te nemen. Zo zag ik het ene moment een fototas van een slachtoffer met camera erin, een dag later was die camera verdwenen. Ze snuffelden in de bezittingen, maar dat deden sommige Nederlandse journalisten ook, wellicht met een ander doel.”
Op televisiebeelden zagen we veel rebellenleiders die erg heel moeilijk deden over het maken van opnamen en het betreden van het gebied. Had Crom daar geen last van?
“Op het moment dat er waarnemers kwamen, werden de rebellen heel strikt en mocht je niet op het gebied komen, maar als ik er ’s ochtends vroeg naar toe ging was ik echt helemaal alleen. Er was totaal niemand in het hele gebied en ik kon dus fotograferen wat ik wilde. Maar het blijft wel een gevaarlijk gebied. Gisteren was er weer een vliegtuig neergestort van het Oekraïense leger. Toen er journalisten en fotografen naartoe reisden, werd hun auto door de rebellen beschoten. In je eentje beslissen waar je naar toe gaat is niet raadzaam. Toch zijn de media in het algemeen niet slecht ontvangen, maar het ligt er ook aan welk paspoort je hebt. Ik heb een Frans paspoort en dat is in dit geval in mijn voordeel. Ik heb meegemaakt dat er een journalist bij een checkpoint kwam met een Brits paspoort. Hij mocht meteen rechtsomkeer maken. Maar vaker hangt de toestemming af van de willekeurige rebel. Als hij teveel gedronken heeft, of hij heeft een slechte bui, dan lukt niets.”
© ANP/Pierre Crom
© ANP/Pierre Crom

Een iconische beeld is dat van de rebellenleider die een beertje als een trofee omhoog houdt. De foto heeft veel verontwaardiging veroorzaakt. Er zijn altijd mensen die fotografen ervan verdenken dit in scène te hebben gezet voor een pakkend beeld.
“Nee, dat zou ik nooit doen! Ik was daar met vele journalisten, fotografen en filmers. Dezelfde foto is gemaakt vanuit andere hoeken. De man liep naar de persoonlijke spullen die op de grond lagen en begon een anti-Kiev betoog te houden, waarbij hij de teddybeer omhoog hield. De aanwezigheid van de media heeft zijn houding beïnvloed. Als wij daar niet waren geweest, zou hij dat natuurlijk niet gedaan hebben. Deze man was de commandant van de separatisten die de ramplek de eerste paar dagen hebben beveiligd. Hij was vaak dronken en onvoorspelbaar. Hij heeft de OVSE missie tegen alle afspraken in tegengehouden en zelfs een keer in de lucht geschoten. Na een paar dagen heb ik hem niet meer gezien. Hij is vervangen door een andere unit.”
Was het psychisch geen zware opgave om een week lang verslag te doen van een grote ramp?
“Op dat moment moet je werken en denk je ook alleen aan je werk. Het is wel moeilijk dat je de stank ruikt van ontbindende lichamen. Dat stinkt ontzettend. En je ziet ook verminkte lichamen. Je loopt in het veld en dan zie je ineens een half been. Dat is wel heel triest. Maar ik heb geen nachtmerries gehad. Je slaapt maar heel kort omdat je hard moet werken. Dan is de slaap zo diep dat je je geen enkele droom herinnert.”
De komende tijd blijft Pierre Crom voor het ANP vanuit het oosten van Oekraïne verslag doen over de burgeroorlog.
© ANP/Pierre Crom
© ANP/Pierre Crom

In een telefonische reactie over de ethische richtlijnen bij de fotografie van het ANP laat Johan Groeneveld, adjunct hoofdredacteur het volgende weten:
“Wij maken duidelijke ethische afwegingen bij het publiceren van de foto’s die wij door onze fotografen krijgen aangeleverd. We zetten zeker niet alles uit, maar bewaken heel nauwkeurig de grens van wat ethisch is en wat niet. Dit heeft meerdere facetten. We zullen zeker geen lichamen en lichaamsdelen publiceren op de plek waar de ramp is gebeurd. Voor hier in Nederland geldt dat wij geen nabestaanden in hun leed herkenbaar in beeld brengen. Met dit beleid zijn wij al een tijd geleden begonnen. Ik heb hier veel discussie met mijn fotografen over gehad. Er zijn veel manieren waarop je het leed wel in beeld kunt brengen. Bijvoorbeeld vanaf de rug of nabestaanden die op elkaars schouder troost zoeken.
Natuurlijk zijn wij journalistiek verplicht om de ramp in beeld te brengen. Dit is een van de grootste rampen die Nederland heeft getroffen. Maar wij proberen dit ten alle tijden op een gepaste en smaakvolle wijze te doen.
Wij vinden dat het fotograferen van persoonlijke spullen op de rampplek weer wel kan. Deze spullen vormen de stille getuigen van de ramp. De foto van de rebel die een teddybeer vasthoudt, is een journalistiek beeld omdat dit beeld de problematische situatie laat zien. Namelijk dat de rebellen het onafhankelijk onderzoek tegenhouden. Dan moet je de journalistieke waarde afwegen tegen privacy.
Het zijn geen eenduidige en gemakkelijke afwegingen die we maken en daarom bekijken we permanent bij elk beeld of we het willen publiceren of niet. De keuze is zeer beslissend omdat je een eenmaal geplaatst beeld niet meer kunt terugtrekken.”

In het septembernummer van Pf komt een uitgebreid interview met Pierre Crom

© ANP/Pierre Crom
© ANP/Pierre Crom

Zie in ethisch verband ook een artikel over de Magnum fotograaf Jerome Sesini (let op; deze pagina bevat schokkende beelden)
http://lightbox.time.com/2014/07/18/malaysia-airline-ukraine-crash-jerome-sessini/#2
en een discussie hierover: http://blog.camenisch.ch/?p=14