terug

Foodfotografie: Arjan Smalen

“Het water moet je ervan in de mond lopen en je moet het zelf op tafel willen zetten.” Dat is het motto van foodfotograaf Arjan Smalen. Zijn studio en zijn fotografie ademen één ding uit: eenvoud met stijl; voor Smalen hoeft het allemaal niet zo moeilijk. We spreken hem over verleiding, echte gerechten en een passie voor Italië.

Het begon allemaal met schaarse olijfolie, gemalen filterkoffie en elleboogmacaroni. De jaren ’80 in Nederland boden Smalen op culinair gebied weinig inspiratie. De echte passie voor eten ontstond in Italië, waar hij heeft gewoond. “De Italiaanse keuken was voor mij een compleet nieuwe wereld. Ik wist niet dat er zoveel te koop was, echt fantastisch. Uiteindelijk is dat in Nederland gelukkig ook veranderd.

Nu staat er in elke bar en restaurant een espressomachine. Ook kun je nu veel meer producten krijgen in supermarkten en specialiteitenwinkels.” Voordat Smalen met o.a. foodfotografie begon, assisteerde hij bij een Engelse filmmaatschappij in de productie van foodcommercials. “Het was voor mij een zijstap, maar wel een heel belangrijke. Ik heb daar veel gezien en heel veel geleerd. Uiteindelijk heb ik in 1984 best snel de stap naar fotografie gemaakt. Het zat altijd al in mijn achterhoofd.”

Smalen had vervolgens vijftien jaar lang een fotostudio in Amsterdam, naast Kleurgamma, wel zo makkelijk. Na nog op twee andere plekken te hebben gewerkt, is zijn fotostudio tegenwoordig in Hilversum te vinden. Bij zijn verhuizing leverde hij bewust een groot deel van de werkruimte in en hij werkt nu nog op 100 m2. “Ik hou van eenvoud, ik heb niet zoveel ruimte nodig voor foodfotografie.”

Dat Smalen veel kan met weinig, blijkt wel uit het feit dat hij slechts twee grote tafels heeft, waarop alle producties tot stand komen. Ook is hij de enige vaste medewerker in de studio. Wel werkt Smalen nauw samen met een team van stylisten en foodstylisten. “Samen met de kok (de foodstylist, red.) kijk ik naar de opmaak van de borden. Ik bedenk altijd vooraf welke kok bij welke opdracht past. Zij hebben elk een bepaalde werkstijl en rangschikking van de borden. De koks zijn er niet zo happig op dat een styliste de bordopmaak doet. Dat vind ik ook het beste, foodstylisten hebben er meer kijk op. Ik heb weer meer zicht op de stand van het licht en de styliste houdt zich bij ons vooral bezig met de styling van de tafels en bijvoorbeeld de keuze van de props.

Het belangrijkste criterium waarmee wij werken, is dat gerechten er smakelijk uit moeten zien. Indirect kijk je door de ogen van de consument. Fotografie, koken en styling spelen in de verleiding van de consument een heel belangrijke rol. In de beleving van de gerechten missen we een belangrijk aspect: geur. Alle andere dingen waarmee je kunt werken, zoals licht en styling, moet je dan optimaal benutten.”

Verpakkingen en gerechten

Smalen heeft zich gespecialiseerd in het fotograferen van gerechten voor kookboeken en tijdschriften (redactionele fotografie) en packaging fotografie. Hoewel hij beide even leuk vindt om te doen, bestaat er volgens hem een groot verschil tussen deze twee disciplines. Hij stelt: “Het fotograferen voor verpakkingen lijkt eenvoudig, maar dat is het allesbehalve.” In de voorbereiding van packaging fotografie doet Smalen soms dingen zelf, maar dan wel in samenwerking met een foodstylist die op de millimeter kan werken.

“Het gaat om millimeterwerk, want je moet de foto, de tekst en het merklogo op een bepaalde verpakking inpassen. Je werkt echt volgens een vaststaand stramien.” Smalen laat een pak Appelsientje zien, waarvoor appels en kiwi’s zijn gefotografeerd. “Omdat je voor packaging fotografie relatief kleine beelden gebruikt, ben je langer bezig met alles nauwkeurig op de juiste plek te leggen. Ook moesten bijvoorbeeld alle druppels op de appel er goed uitzien. Packaging fotografie moet er over het algemeen gelikter en strakker uitzien dan redactionele fotografie. Klanten willen altijd het beste van het beste laten zien.”

Doordat er bij de productie van bijvoorbeeld kookboeken geen belangen van klanten gemoeid zijn, heb je daarin veel meer vrijheid, zo stelt Smalen. “Omdat er geen klant naar hoeft te kijken, gaat redactionele fotografie sneller. Meestal sturen we wat beelden door naar de opdrachtgever om te kijken of we qua stijl op één lijn zitten. Artdirectors laten zich ook meer inspireren door het kookboek. Zij hoeven geen rekening te houden met de afmetingen van een verpakking en kunnen een mooie foto groot plaatsen als spread.”

Een gesponsord tijdschrift als Allerhande zit volgens Smalen een beetje tussen commerciële en redactionele fotografie in. “Je hebt niet met het vaststaande stramien van packaging te maken, maar wel met een klant en een bepaalde bladstructuur. Het tijdschrift stuurt een bepaalde receptuur en een schets van de lay-out op. In tegenstelling tot bij een kookboek, ligt voor een gesponsord tijdschrift al van tevoren vast wat de grote en de kleine platen worden.”

Volgens Smalen werkt een gesponsord tijdschrift in thema’s en is er belang bij dat er bepaalde gerechten in komen te staan. “De recepten worden als leidraad gebruikt in de werving van advertenties. Deze matchen vaak met elkaar. De producten die in recepten worden verwerkt, zijn ook allemaal te koop bij Albert Heijn. Zo worden klanten aan de winkel gebonden. Een onafhankelijk tijdschrift hoeft hier geen rekening mee te houden.”

Echt koken

Na jarenlang voor Allerhande gewerkt te hebben, behoren tegenwoordig grote namen als C1000, Conimex, Maggi en Silvo tot Smalens klanten. Het bijzondere aan Smalen is dat hij als foodfotograaf een geheel eigen stijl heeft ontwikkeld, waarin hij streeft naar zo min mogelijk beeldbewerking en een naturelle, pure uitstraling van zijn gerechten.

“Ik werd benaderd door de Vara voor het programma Kieskeurig om te spreken over de werkelijkheid van het product en de onwerkelijkheid van foto’s op verpakkingen. Zij wilden graag horen of zien dat die gerechten niets meer dan een illusie zijn. Ze zullen wel teleurgesteld geweest zijn om te horen dat alles in mijn fotostudio echt wordt gekookt en dat de gerechten eruitzien zoals ze zijn gemaakt. De Vara belde toevallig ook met een van mijn koks en grappig genoeg verklaarde die exact hetzelfde.”

Als foodfotograaf moet je wel rekening houden met bepaalde dingen: “Eten dat voor een hete lamp ligt, droogt heel snel uit. Je kunt niet altijd direct fotograferen als het eten vers uit de pan komt. Vaak bevochtigen we gerechten daarom met water of bijvoorbeeld met de jus van het vlees.”

Digitale beeldbewerking gebruikt Smalen vooral als een vervanging voor het lab. “Beeldbewerking is voor mij een tool. Het beeld dat uit de camera komt, is een vlakke plaat. Je moet er als het ware nog een ontwikkeling overheen gooien. Zoals je het ziet, zo moet het ook worden. Je zou een foto als een soort negatief kunnen beschouwen. RAW-beelden moeten altijd achteraf worden geoptimaliseerd qua kleur.”

Ook gebruikt Smalen beeldbewerking om tijd te besparen. “Vroeger moest je een assistent terug sturen naar de markt als er lelijke plekjes op het fruit zaten. Tegenwoordig kun je dit soort lelijke plekjes of kleine glinsteringen gemakkelijk even weghalen. Voor het beheren en bewerken van mijn beeldmateriaal gebruik ik programma’s als Photoshop, Capture One en Aperture.” Smalen houdt er overigens niet van achteraf aan foto’s te moeten sleutelen. “Het liefst doe ik zoveel mogelijk in de opname zelf.”