terug

Een ‘camera’ van 11 duizend kilo

In dit nummer van P/f, waarin hemelse sferen worden belicht, kan de camera in de Hubble ruimtetelescoop natuurlijk niet ontbreken. Het is een van uitzonderlijke getallen, op het aantal pixels na.

Het heelal bekijken via een telescoop en dat fotograferen, is op zich niet zo heel opzienbarend; dat gebeurt al heel erg lang. Wat de Hubble zo waardevol maakt, is dat deze telescoop in de ruimte hangt (al 15 jaar) en dus geen last heeft van atmosferische ruis, zoals luchttrillingen en absorptie van licht door deeltjes in de atmosfeer.

Nadeel van een ruimtetelescoop is dat de ontwikkeling ervan nogal wat tijd vergt, veel meer dan van een aardse telescoop. De eisen die worden gesteld, zijn hoog. Niet alleen moet de lancering overleefd worden, de hoge energetische straling, de grote temperatuursverschillen en het vacuüm stellen hoge eisen aan ieder schroefje. De Hubble heeft dan ook niet de laatste stand van zaken aan boord, al kan de telescoop wel in de ruimte onderhouden en verbeterd worden.

Bas de Meijer duikt in P/f nummer 2 in 2010 (op 26 februari in de kiosk) in de techniek van de hemelse camera.