terug

Oerkracht en emoties: Eddy van Wessel

Eddy van Wessel (1965) is een Nederlandse oorlogsfotograaf met een duidelijk eigen handschrift. Zijn werk is betrokken, indringend en kan wedijveren met het beste dat op dit gebied wordt gemaakt. Karel van Wolferen sprak met hem aan de vooravond van zijn expositie ‘War, my personal story’.
Karel van Wolferen: Hoe ben je eigenlijk in de fotografie terecht gekomen?
Eddy van Wessel: “De fotografie had vanaf mijn prille jeugd al mijn interesse. Mijn vader had een oude Voigtlander camera, die wilde ik altijd dragen toen ik een jaar of 8 was. Ik mocht er niet veel mee doen, want op de rolfilm die erin zat, zaten maar weinig opnames.
Later was ik met heel andere dingen bezig, maar op een gegeven moment merkte ik dat ik gebiologeerd was door het vastleggen van beweging. Ik sportte vrij intensief en toen heb ik het fotograferen weer opgepakt als hobby om het essentiële moment met de camera proberen te vangen. Later ging ik wat grotere evenementen fotograferen en ik heb wat foto’s bij Het Parool aangeleverd die werden gepubliceerd, en toen dacht ik: hé, dit kan een beroep zijn.”
“Uiteindelijk heb ik de fotovakschool gedaan, waarna ik in een kleine fotostudio in Baarn werkte. Daar fotografeerde ik popgroepjes, maakte bruidsreportages en studio-opnamen. Het was voor mij de perfecte leerschool. Maar ik werd op een gegeven moment meer tussenpersoon tussen klant en fotostudio, en fotografeerde daardoor te weinig.
Daarop besloot ik te gaan reizen en heb ik diverse reisreportages gemaakt. Ik ben naar Zuidoost-Azië gereisd, met de trein door China en Rusland. Daar merkte ik dat ik bijzondere interesse had voor de zelfkant van de maatschappij. Voor  mensen die moeten vechten om te overleven. De bladen publiceerden daar niets van. Die wilden alleen maar het mooie licht en de strakke lijnen zien.
Toen belandde ik onverwacht in de Bosnië-oorlog  met een vriend, die daar een Bosnische familie ging ophalen. Ik heb de Nieuwe Revu gebeld en die hadden wel interesse voor het verhaal. Dat was mijn eerste oorlogsreportage! Die is in twee delen gepubliceerd, het was in 1992. Dit is het! Dat is de basis van wat ik nu doe.
Dat doe je nu dus 18 jaar, dat fotograferen van vooral de nasleep van oorlogen. Wat is het bijzondere ervan voor je?
“Wat ik ongelooflijk fascinerend vind in dergelijke situaties – het kan een oorlog zijn of de nasleep van een ramp, zoals een tsunami of een aardbeving – is dat de hele façade die we ons hele leven opvoeren om je op te stellen tegenover andere mensen, de luxe van het toneelspelen, in zulke extreme toestanden wegvalt. Die heb je niet, het gaat puur om het overleven. Dat brengt de mooiste, maar ook de slechtste dingen in de mens naar boven. Het is een oerkracht, laat dingen zien die je onder normale omstandigheden je niet eens kunt voorstellen. Een situatie die ongeschreven en onbeschrijfbaar is.”

Tsjetsjenië, Grozny, 1999. In het centrum van de hoofdstad Grozny is een Russische man terechtgesteld; hij zou een collaborateur zijn. De stad wordt op dat moment belegerd door het Russische leger. Het lichaam hangt binnen het zicht van een Russische positie. Een paar seconden na de foto ligt Eddy onder vuur. © Eddy van Wessel

Kan je iets zeggen over hoe de fotografische vorm is geëvolueerd waarmee je dit weergeeft?
“Ik fotografeerde altijd al het liefst in zwartwit, dan worden ineens zoveel dingen duidelijk. In het begin was het deels kostenbesparing, want ik kon alles zelf doen. Later werd tegen mij gezegd: ‘je moet eens in kleur gaan werken want de bladen verschijnen in kleur en de kranten gaat steeds meer kleur brengen’. Toen heb ik op een eigenwijs  moment besloten dat als ik er toch niet veel mee ging verdienen, ik gewoon kon doen wat ik wilde. Het is mijn visie, take it or leave it.
Ook heb ik het idee dat je als fotograaf ieder jaar een paar procenten groeit. Dat komt veelal omdat je je als mens ontwikkelt – niet alleen als fotograaf – waardoor je meerdere schakeringen gaat zien en daardoor dus ook vast kan leggen. Als je dat in zwartwit doet, dan ga je de wereld steeds genuanceerder in zwartwit zien. Daardoor heb je wellicht een voorsprong op collega’s die na een jaar of tien besluiten eens zwartwit te doen.
De laatste tijd wordt niet meer zoveel in kleur gevraagd, dat is wel erg leuk. Als redacteuren aan mij denken, is kleur eigenlijk niet eens bespreekbaar, want ‘Eddy doet zwartwit’. Maar soms fotografeer ik ook wel in kleur. Meer voor mezelf, om te zien of ik het nog kan.”
Als ik naar jouw foto’s kijk, zie ik een neiging om een hoog contrast te gebruiken, met weinig tussentinten. Was dat vanaf het begin al zo, om de ‘starkness’ van de situaties die je fotografeerde weer te geven?
“Mijn foto’s gaan om het zwart. Wit is noodzaak. Dat is er alleen om het contrast met het zwart te kunnen weergeven.”
De grijs-schakeringen die je hebt zijn bijna allemaal donker.
“Ja, dat is overigens wel eens lastig om ze gepubliceerd te krijgen. Maar mijn mooiste foto’s, althans in mijn beleving, zijn vaak erg donker. Omdat je juist met de schaduwen een bepaald gevoel kan oproepen, wat niet kan met licht. Dat past gewoon beter bij mij.”