terug

Redacteuren over de Photokina: Bas de Meijer

Delen, delen, delen, dat lijkt deze Photokina wel het toverwoord. In 2008 was de consument er nog niet klaar voor Wi-Fi, vertelde de digital camera product specialist tijdens de PMA mij. Vier jaar later kun je bijna geen camera meer uitbrengen zonder Wi-Fi. Het gaat dan niet meer alleen om het kopiëren van de foto’s naar de computer of het maken van een afdruk, zoals toentertijd het geval was. Met de komst van de social media is het delen van foto’s via Twitter en Facebook het voornaamste doel geworden. Dat gaat ver, zeker bij de compactcamera’s. Met Android als besturingssysteem kun je soms nauwelijks meer van een camera spreken. Vooral Samsung gaat daarin ver, de Galaxy Camera heeft zelfs de mogelijkheid om foto’s via het 3G netwerk te versturen. Opvallend is ook het verschil met de Nikon S800C, de andere camera met Android. Nikon heeft nog echt de camera als uitvalbasis genomen. De Galaxy Camera is echt een stuk groter. Dat is prettig om je foto’s goed te bekijken en te internetten, maar het is geen camera die je even in je zak steekt. Bij Samsung zijn de mogelijkheden die Android biedt ook belangrijker dan bij Nikon. Het is een keuze. Naast delen is ook plaatsbepaling steeds belangrijker. De ontwikkelingen gaan nog niet zo snel als nu met Wi-Fi, maar het gaat toch wel rap. Zelfs de nieuwste Leica S heeft al een ingebouwde GPS-ontvanger. Ik vind het een mooie ontwikkeling. Nu nog zorgen dat de software ook gelijk de plaatsnaam en dergelijke in de IPTC of EXIF zet. Dan heeft het nog meer zin.
De fabrikanten hebben er gelukkig weer voor gekozen om camera’s op de Photokina zelf te introduceren. Dan is er tenminste een goede reden om naar Keulen te gaan, afgezien dan dat het een mooie stad is. Waarschijnlijk hebben de fabrikanten gemerkt dat met steeds eerdere introducties je niet meer aandacht krijgt. Totdat iedereen weer alles op de Kina gaat lanceren natuurlijk. Desondanks zijn de introducties van de nieuwe camera’s niet echt het belangrijkste nieuws. Hoe goed de Nikon D600 en de Canon EOS 6D ook kunnen zijn, echt spannend is het niet. De enige echte verrassing is eigenlijk de Hasselblad Lunar. Niet vanwege de camera zelf, maar vanwege de richting die Hasselblad op gaat. De fotograaf is niet meer belangrijk, het gaat om de rijke liefhebbers die willen pronken met een duur merk. Die willen best betalen voor een camera van een paar duizend euro zonder, waarvan de techniek ook in een camera van een paar honderd euro zit. Eigenlijk mag de fotograaf blij zijn dat Hasselblad dit doet. Want door weer geld op te halen bij de gefortuneerde liefhebber kan het merk blijven bestaan en gereedschap maken waar de professionele fotograaf wél wat aan heeft, namelijk het digitale middenformaat. Daarvan heeft Hasselblad net weer een nieuw model van geïntroduceerd. Het nieuws van de H5D raakt echter ondergesneeuwd onder de aandacht voor de Lunar. Het is wel te hopen, en dat lijkt wel te gebeuren, dat Hasselblad zorgt voor goed optiek op de Lunar. Want hoe mooi het merk ook mag zijn, als de kwaliteit uiteindelijk tegenvalt haakt ook de snob af en dan is het merk verder van huis. De Photokina biedt overigens slechts een voorproefje van de Lunar, de camera wordt pas later officieel geïntroduceerd. Hasselblad neemt de commentaren die ze nu horen mee naar het definitieve product.
Wat bij Hasselblad gebeurt is niet alleen kenmerkend voor Hasselblad zelf. Het digitale middenformaat heeft het moeilijk. Dat zie je ook aan de stands op de Photokina. Leaf en Mamiya Leaf hebben weliswaar nog aparte stands, echt zichtbaar aanwezig zijn ze toch niet. Daarentegen hebben de fabrikanten die in licht doen nu veel meer aandacht. Terecht, want daar gebeuren mooie dingen. Zoals de nieuwe generator van Profoto. Met zo’n korte flitsduur en de dertig flitsen per seconde is de techniek niet meer beperkend. Alleen je eigen fantasie. Dat zijn goede dingen, het gaat weer om fotografie, het schrijven met licht.
Al een aantal edities heeft digitaal de plek van analoog helemaal ingenomen. Deze Photokina laat Fujifilm zelfs geen enkele film zien. Een bord met een foto van de filmdoosjes, dat is het. Kodak is er wel, maar die doet een beetje mee voor spek en bonen. Toch is het opvallend dat analoge fotografie deze Photokina een opleving lijkt te hebben. Of is het de laatste stuiptrekking? The Impossible Project heeft veel aandacht en ook Lomography is prominent aanwezig. Rolleiflex komt zelfs met nieuwe analoge camera’s. Je moet ze wel een beetje zoeken. Dat te bedenken dat Kodak nog niet zolang geleden een hele hal voor zichzelf had. Die plek is nu ingenomen door Leica. Dat mag best bijzonder genoemd worden. Het merk dat op sterven na dood was heeft een wederopstanding van jewelste. Je denkt gelijk aan Apple. Net als Apple doet Leica weer waar ze goed in zijn en weten dat verhaal ook te verkopen. Overigens is meer dan de helft van de hal die Leica inneemt gevuld met foto’s. Uiteindelijk draait het toch daarom. Gek genoeg lopen daar minder mensen rond dan bij de grote cameramerken.
Het is tot slot ook aardig om naar de bezoekers te kijken. De mannen met grote teletoeters zijn er nog steeds en ze fotograferen nog steeds en masse de wulpse dames op de stands. Maar het is wel opvallend dat heel veel bezoekers, in ieder geval op de doordeweekse dagen, een compacte systeemcamera bij zich hebben. Vooral de Sony NEX en de Olympus OM-D lijken onder de bezoekers populair. De camera’s hangen overigens nu voor het grootste deel op de kop, schuin over de borst. Niet meer ouderwets om de nek of aan de schouder. De nieuwste trend is geheel riemloos, je klikt de camera aan een gesp. Maar wel weer met de kop naar beneden. Als de fotograaf zijn hoofd maar niet laat hangen. Er is namelijk genoeg te doen in de fotografie!

Tags: Photokina

Bekijk ook dit item