terug

De Epson 3880: A2 op je bureau

De inkjetprinters van Epson hebben een goede reputatie, en toch komen er steeds weer iets verbeterde versies op de markt. De wijzigingen zitten dan vooral in de inkten; de overige techniek verandert minder snel. Bij de 3880, die als opvolger van de 3800 is verschenen, zie je aan de buitenkant eigenlijk geen verschil. Het verschil is de inktset, met nu de ‘vivid magenta’-inkten die weer een net iets grotere kleurruimte opleveren.

Inkten

De 3880 bevat negen inkten, en wel twee soorten zwart, licht- en donkergrijs, en verder de vijf standaard inkjetprinterkleuren, normaal en licht cyaan, geel, en dan normaal en licht magenta, maar in dit geval dan ‘vivid magenta’. Dat zijn dus negen inkten, maar er worden er altijd maar acht gebruikt doordat van de twee zwarte inkten, afhankelijk van het gekozen papiertype, er maar één wordt gebruikt. Het wisselen gebeurt intern, duurt even en kost natuurlijk een heel klein beetje inkt, maar niet meer dan de vulling van de printkop zelf. Het wisselen gaat vanzelf als je een soort papier hebt gekozen dat een andere zwarte inkt vraagt dan op dat moment is gekozen. Het LCD-paneel bovenop vermeldt altijd duidelijk welke zwarte inkt op dat moment actief is, want het kan natuurlijk geen kwaad het wisselen niet vaker te laten gebeuren dan strikt noodzakelijk is.

Papier

Keurig op een rijtje zitten de negen inkten in de Epson 3880. Redelijk groot zijn deze cartridges, waardoor de prijs per afdruk wat betreft het inktgebruik lager uitvalt dan bij een kleinere printer met kleine inktcartridges.

Rollen kunnen niet worden gebruikt. Heel dik papier daarentegen wel, want naast de achterinvoer voor de wat normalere papieren, die ook in stapeltjes geplaatst en in series gebruikt kunnen worden, is er een voorinvoer waarbij het papier geheel vlak door de printer gaat. Vanaf de voorzijde voer je het papier per vel in, je moet ook zelf zorgen voor het precies recht leggen, wat echter geen probleem is dankzij een aanleg aan de zijkant en een strakke witte lijn om de voorkant langs te leggen. De printer trekt het papier nog iets verder naar binnen en kan er vervolgens op aan de gang. Aan de achterkant heb je daarom wel flink wat ruimte nodig die je vrij moet houden, bij A3 toch al gauw 30 centimeter, bij A2 natuurlijk nog wat meer. Ik heb het Epson Traditional Photo Paper uitgeprobeerd en dat ziet er heel overtuigend uit. Het is een eiglanspapier, ‘semigloss’ heet dat dan. Het is heel stevig, ruim 300 gram per vierkante meter, bijna een halve millimeter dik. Het heeft een mooie papierstructuur, die je ook goed door de foto heen ziet. Wanneer je rondom je foto een rand wit laat, kun je uiteraard zien dat er wel inkt ligt waar de foto is gedrukt, en niet daarbuiten. Dat verschil is er nu eenmaal, een onvermijdelijk gevolg van het gebruiken van de inkjettechniek om afdrukken te maken: het beeld ligt nu eenmaal bovenop het papier. Wil je dat niet zichtbaar hebben, dan zul je de afdruk moeten onderbrengen in een passe-partout dat net de randjes van het beeld aansnijdt.

Kleurruimte

Ook voor dit Traditional Photo Paper kun je een profiel ophalen bij Epson, en dat is geen verkeerd profiel, het is op zich prima te gebruiken. De kleurruimte van AdobeRGB-bestanden is op het geel na ruim genoeg om alle mogelijkheden van het papier te benutten. Als het om geel gaat, kan het papier wel veel meer verzadiging weergeven dan AdobeRGB aanlevert; daar is het effect van de vivid magenta ook terug te vinden.

Een vergelijking van de kleurruimten. De grote grijze is AdobeRGB dat, zoals te zien is, riant veel groter is dan de kleurruimte van de printer, behalve in het geel. Bij foto's met veel geel en in RAW gemaakt zou het gebruik van een grotere kleurruimte, zoals ProPhotoRGB en 16 bits printen nog wel winst kunnen opleveren. De twee kleurruimten zijn het eigen gemaakte profiel en het Epson-profiel, beide voor het Epson Traditional Photo Paper.

Voor de fotograaf die zelf een kleurprofiel wil maken en op een Apple-computer werkt, hebben sommige Epson-printers tegenwoordig een onaangename verrassing in petto: het blijkt niet meer mogelijk te zijn vanuit Photoshop af te drukken zonder kleurbeheer, wat eigenlijk nodig is om het testbestand uit de printer te krijgen. Op de een of andere manier wordt er toch iets aan kleurconversie gedaan en dan krijg je een veel te donkere en daardoor volkomen onbruikbare afdruk van het target om een eigen kleurprofiel op te baseren. Het is niet geheel duidelijk bij welke versies van de verschillende programma’s het zich voordoet, goed opletten is dan ook nodig. Volgens mij is het een aanwijzing dat er iets mis is, wanneer je in het Colorsync-hulpprogramma ook het sRGB-profiel in de lijst printerprofielen ziet staan; dat hoort daar niet.

Er is een omweg binnen Photoshop die blijkt te werken: het testbestand dat normaal zonder ingebouwd ICC-profiel is, moet je toch een profiel toewijzen, en wel AdobeRGB. Bij het printen moet je dan kiezen voor kleurbeheer door Photoshop, en dan ook AdobeRGB als printerprofiel toewijzen. Binnen de Epson-driver moet je dan weer kiezen voor geen kleuraanpassing. Dan krijg je een afdruk waarop je wel een ICC-profiel kunt baseren.

De andere optie is het target niet vanuit Photoshop af te drukken, maar het programma ‘Voorvertoning/Preview’ te gebruiken. Beide oplossingen hebben als nadeel dat je voor het maken van de testafdruk een andere weg bewandelt dan eigenlijk hoort, en dat er dus een zekere mate van onzekerheid overblijft. In de praktijk blijk je op deze manier toch wel een goed eigen ICC-profiel te kunnen krijgen. Wanneer je de EyeOne Match software gebruikt die zelf het testbestand kan afdrukken, lijkt ook alles goed te gaan. Volgens berichten op het internet wordt overigens aan een echte oplossing gewerkt. Maar omdat de eigen Epson-profielen behoorlijk accuraat zijn, hoef je daar niet op te wachten als je deze printer wilt gaan gebruiken.

 

 


Bekijk ook deze items