terug

175 jaar fotografie – Daguerredag

Daguerre dag

Voor fotografen met wat historisch bewustzijn is 19 augustus 2014 een beetje een speciale dag, het is dan namelijk precies 175 jaar geleden dat de officiële presentatie van het fotografische proces van Louis-Jacques-Mandé Daguerre voor de Academie Française plaatsvond, en die dag staat sindsdien geregistreerd als de dag dat de fotografie werd uitgevonden. Hoewel het zeker voor de uitvinder een belangrijk moment was, en het altijd leuk is om het vak weer eens op een andere manier onder de aandacht te brengen, is de koppeling van de fotografie met die datum niet helemaal terecht. Het proces van Daguerre is een flinke poos veel gebruikt, maar het grootste deel van de fotografie geschiedenis is natuurlijk gebaseerd op het negatief-positief procédé dat al wat eerder, namelijk op 31 januari 1839 in London aan de Royal Society aldaar werd gepresenteerd door de uitvinder ervan, Henri Fox Talbot. En er waren al eerder anderen geweest, Niépce en Herschell zijn daarbij belangrijke namen die delen van het fotografische proces hadden ontdekt en beschreven. En nog wel veel anderen, een uitvinding is slechts heel zelden het werk van één persoon, en zeker in het geval van de fotografie is het ontstaan ervan het sluitstuk van een lange voorgeschiedenis, en is er ook na de ‚uitvinding’ nog erg veel veranderd.

Een foto gemaakt op glasnegatief, uit een verzameling gekocht op een veiling.
Een foto gemaakt op glasnegatief, uit een verzameling gekocht op een veiling.

Uniek

Het speciale aan het proces van Daguerre is natuurlijk dat het een éénmalig en uniek beeld oplevert, het eindresultaat is het eerst belichte en vervolgens ontwikkelde materiaal dat in de camera gebruikt is. En hoewel het negatief-positief proces dat wel een onbeperkt aantal kopieën mogelijk maakt waarschijnlijk het belangrijkste fotografische proces is geworden, zijn er in de geschiedenis van de fotografie verschillende processen geweest die wel voor wat betreft hun eenmaligheid een overeenkomst vertonen met het proces van Daguerre. Er is de Tintype geweest als goedkopere versie, maar ook het heel speciale kleurenproces dat als auto-chrome bekend is hoort in dat rijtje thuis. Van later tijd zijn er de kleuren-dia’s die op zich weliswaar uniek waren, maar eigenlijk vooral grootschalig zijn gebruikt als uitgangspunt voor reproductie in drukwerk, naast de dia-avonden thuis natuurlijk waar niet iedereen even positieve herinneringen aan lijkt te hebben. En uiteraard is het werk van Polaroid, de direct-klaar fotografie, te zien als de echte moderne opvolger van de Daguerreotype.

Negatief

Ook het negatief heeft een hele ontwikkeling doorlopen. Zowel van de drager, eerst papier wat de scherpte niet ten goede kwam, toen glas dat breekbaar was, en tenslotte film, eerst nitraat, later gewijzigd in het niet brandbare acetaat, met de safety-film aanduiding op de Kodak doosjes. Ook de emulsie is flink gewijzigd, met als voornaamste doel het verhogen van de lichtgevoeligheid en het verkleinen van de structuur, de korrel, in het materiaal. En de digitale fotografie, zeker als onderdeel van de complete digitale infra-structuur waar we in leven is dan het ultieme voorbeeld van de eindeloze reproductie-mogelijkheid van foto’s. En tenslotte is er de DNG-aanduiding, voor Digitaal Negatief, voor de RAW-bestanden die als een laatste herinnering de oude techniek nog wat doet voortleven.

Historie

Er zijn wel meer sporen door de geschiedenis van de fotografie, waarbij een oude techniek later weer opduikt in een nieuwe vorm. Zo zou je het Bayer filterpatroon op de sensor van de digitale camera kunnen zien als een moderne strak wiskundige versie van het autochrome proces. Maar ook een oud systeem om een kleuren foto te maken op basis van drie verschillend gefilterde zwartwit opnames heeft een aantal jaren in een digitale variant gefunctioneerd, en is nu zelfs nog steeds voor heel specialistische toepassingen beschikbaar. Daarnaast zijn er ideeën die steeds weer terugkomen, en ook elke keer weer lijken te mislukken. Zo was er de stereo-fotografie, geruime tijd heel populair, maar beperkt door de techniek die er voor nodig was om de opnames te bekijken. Wat enige jaren gelden als 3D fotografie is gelanceerd is uiteraard precies hetzelfde idee, en het is denk ik ook op dezelfde gronden niet succesvol geworden. Er is speciale techniek nodig om de opnames te bekijken, dat beperkt het bereik teveel. En natuurlijk wordt de analoge fotografische techniek nog steeds gebruikt, door een afnemend aantal gebruikers en om voor mij in de regel onbegrijpelijke redenen.

Ook een glasnegatief, stereo, en een wat geheimzinnig gebeuren.
Ook een glasnegatief, stereo, en een wat geheimzinnig gebeuren.

Snel

Wat mijzelf altijd opvalt bij het lezen over de beginjaren van de fotografie is hoe snel eigenlijk overal in de wereld bekend was wat het was, en hoe een fotograaf er uitzag. Je kon bij wijze van spreken in 1840 ergens in Zuid-Amerika je camera neerzetten, en dan begreep iedereen om je heen wat je ging doen. En dat alles zonder moderne communicatie zoals het internet, zoveel sneller gaat alles dus niet, als je er maar genoeg PR tegenaan gooit, en daar was Daguerre erg goed in, dat is waarschijnlijk ook de reden dat de uitvinding van de fotografie nog steeds op zijn naam staat. Het is hem wat mij betreft van harte gegund, tenslotte heeft de fotografie ons heel veel moois gebracht. Het bewaren van al dat moois is tenslotte het echte probleem. Niet altijd wordt de waarde van zaken ingezien, vooral wanneer de financiële waarde wat laag uitvalt. Vandaar dat er al veel fotografische geschiedenis verdwenen is. In de musea wordt een klein deel van wat er ooit was bewaard, wat er met de rest is gebeurd, nu vaak gebeurt en in de toekomst naar ik vrees gaat gebeuren, dat stemt mij niet vrolijk.

Het verval van een negatief, in dit geval is de verkleuring van het negatief gehandhaafd, terwijl de foto wel positief gemaakt is.
Het verval van een negatief, in dit geval is de verkleuring van het negatief gehandhaafd, terwijl de foto wel positief gemaakt is.