terug

Canon EOS-1D Mark IV

De nieuwe scherpschutter

De EOS-1D Mark III had een ongewenste nasmaak bij de autofocus. Die was niet optimaal. Aan de Mark IV de schone taak de naam weer op te poetsen. Dus kreeg de camera een heel nieuw autofocussysteem, naast uiteraard een nieuwe beeldsensor.

Grondig

Canon is bij de autofocus niet over één nacht ijs gegaan. Eigenlijk is alleen de architectuur, 45 velden in de bekende ovaal, ongewijzigd. Terug van weggeweest is de mogelijkheid om alle 45 velden zelf te kiezen, bij de Mark III had je keuze uit slechts 19 velden. Het is ideaal bij portretten bijvoorbeeld, waar je, zonder te camera te hoeven draaien, precies op de juiste plek kunt scherpstellen. Mits het binnen de ovaal valt uiteraard. Als je zelf de velden kiest, gedragen 39 velden zich als zogenaamde kruissensoren. Die zijn gevoelig in twee richtingen. Handig vind ik dat je de joystick nu kunt gebruiken om direct het gewenste scherpstelveld te kiezen.

Nieuw is de keuze alle velden als hulppunten te laten werken. Voor het volgen van een onderwerp hoef je dan, in tegenstelling tot de automatische selectie, niet per se in het midden te beginnen met scherpstellen. Daarbij is het prettig dat je bij deze stand de velden ook ziet verspringen, zodat je in de zoeker kunt controleren wat de camera eigenlijk doet.

Algoritme

Ook de autofocussensor zelf is aangepakt. De nieuwe CMOS is minder gevoelig voor ruis en heeft een correctie voor lichtfouten, met name bij kunstlicht. Dat moet de scherpstelling ten goede komen. Maar de belangrijkste verbetering zit in het algoritme, de rekenmethode, voor de continue scherpstelling. Het nieuwe algoritme moet dat verhelpen en veel beter voorspellen waar de beweging naar toe gaat. Ook bij slecht licht.

Bovendien worden plotselinge veranderingen, als bijvoorbeeld de sporter even achter een andere sporter schuilgaat, eerder genegeerd. Het systeem bepaalt de verdraaiing van het objectief meer op basis van voorgaande bewegingen. Een minder nerveus systeem dus.

Instellen

Het is zaak de camera goed in te stellen. Daar moet je even goed voor zitten, want zoals bij veel geavanceerde autofocussystemen, is het aantal opties groot. Bij de Mark IV is het aantal instellingen bij de scherpstelling nog wat groter geworden zelfs. Je moet echt zelf even uitvogelen welke instelling voor welke situatie het beste werkt. Gelukkig kun je drie persoonlijke voorkeuzes op de camera opslaan, zodat je niet steeds weer moet gaan bladeren en veranderen.

Min of meer terug is de instelling om de eerste opname de ontspanknop de prioriteit te geven en bij de volgende opnames de autofocustracking, eigenlijk de standaard instelling van AI Servo bij de Mark IIN en voorgangers.

Van de EOS 7D is de instelling gekopieerd waarbij het scherpstelveld verandert als je de camera van horizontale naar verticale positie verandert. Ook Spot autofocus is van de 7D afkomstig. Je kunt het echter alleen gebruiken als je een objectief gebruikt met een AF-stop knop. En dat zijn alleen de echte tele-objectieven. Dat is dan weer jammer, omdat Spot AF niet alleen in het telegebied van pas komt.

Resolutie

Ook de fotoresolutie is hoger dan bij de grote concurrent. Maar nog altijd niet op een 35mm sensor. Voor sport- en natuurfotografen is dat geen probleem, die hebben wel baat bij meer tele-effect. Maar de groothoekminnende fotojournalist zal er minder blij mee zijn. Al heeft Canon extreme groothoeken in haar assortiment, het is toch zonde om de kostbare millimeters van je brandpunt te moeten opofferen.

Op de sensor heeft Canon ook nog eens meer pixels weten te stoppen, je hebt nu zestien miljoen pixels tot je beschikking. Dat was wat mij betreft niet nodig geweest, voor het meeste drukwerk voldoen de tien megapixels van de Mark III uitstekend. Vind je de bestanden te groot dan is er nu ook M-RAW. Het lijkt op de al bekende sRAW, maar dan met een wel voor drukwerk bruikbare negen miljoen pixels. Dat zijn er genoeg voor A4 op 300dpi. Het effect is gelijkwaardig aan zelf een beeld in Photoshop verkleinen.

Je kunt er ook voor kiezen op de ene kaart wel de volledige resolutie te zetten en op de andere kaart de M-RAW. Zaak is wel om goede objectieven te gebruiken. Want met de hoge pixelaantallen loop je zo langzaam aan tegen de grens van de huidige objectieven aan.

Hoge gevoeligheid

De sensor van Mark IV heeft een niet of nauwelijks kleiner lichtgevoelig oppervlak, doordat de elektronica anders is ingebakken. Tussen de microlenzen zit geen spleet meer en de microlens zelf zit dichter op de diode. In combinatie met nieuwe materialen en een andere signaalversterking levert dat een gevoeligere sensor op met meer pixels. Dat alleen is al een prestatie op zich. De gevoeligheid loopt nu standaard tot ISO 12800, dat was bij de Mark III nog 3200, en is uit te breiden tot een ISO equivalent van 102400. Een waanzinnig getal en in vergelijking met de Mark III, die tot maximaal ISO 6400 (Hi1) ging, een enorme sprong.

Een uitsnede uit de testkast bij ISO 1600, 12800 en 102400 (van links naar rechts). ISO 1600 is prachtig, 12800 nog te gebruiken en de hoogste gevoeligheid is echt te veel gevraagd. De ruisonderdrukking staat bij deze opnames uit overigens, wat gunstig is voor de scherpte.

Kwaliteit

Om de ruis bij dergelijke gevoeligheden onder controle te houden, zet Canon maar liefst twee Digic IV processoren in, die overigens ook goede zaken doen voor onder andere video en de hoge beeldsnelheid. De inspanningen hebben resultaat, want wat betreft ruis verslaat de Mark IV zijn voorganger met gemak. En daar had je al weinig te klagen. ISO 12800 is nog te gebruiken, mits je niet te rottig licht hebt. Daarboven wordt het wel heel snel minder. Is het niet de ruis die parten speelt, dan is het wel het verlies aan scherpte. De hoogste gevoeligheid is eigenlijk niet bruikbaar. Hoewel het absurde waardes zijn om bij te fotograferen en het een prestatie van formaat is, viel het mij toch licht tegen. De Nikon D3S doet het in mijn ogen op dit vlak beter, die heeft dan ook veel grotere pixels. Het maakt direct vergelijken lastig, omdat sensor en pixelaantallen ver uit elkaar liggen.

De scherpte (in percentage van de Niquest frequentie) ten opzichte van de ISO. Duidelijk te zien is dat de scherpte snel afneemt bij de drie hoogste waarden. En dat de grens van het objectief bereikt wordt.

Scherm

Een grote vooruitgang is geboekt bij het LCD. Dat heeft weliswaar dezelfde grootte, maar veel meer pixels, namelijk 920.000 tegenover 320.000 bij de Mark III. Dat is niet de enige verbetering in het LCD. Ook de kijkhoek is verbeterd, het heeft minder last van reflecties en de weergave is zichtbaar beter.

Scherpschutter

De EOS-1D Mark IV lijkt daarmee in eerste instantie een camera voor de sportfotograaf te zijn. De snelheid wordt ook nog eens gecombineerd met een goed werkende autofocus. Ik denk dat dit het beste autofocussysteem is dat Canon ooit heeft gehad. Canon heeft met de EOS-1D Mark IV weer een nieuwe scherpschutter.