terug

Bijna 25 jaar: Werry Crone

Werry Crone (54), sinds 1988 staffotograaf bij dagblad Trouw, zit op de schopstoel. Hij dreigt te worden ontslagen, mag dan misschien terugkomen als freelancer. Het lijkt een bezuiniging, maar is dat ook zo?

Een laatste dagblad-Mohikaan.

“Ik hoop het niet. Zal ook wel niet.”

U bent toch ontslagen?

“De hoofdredactie heeft het voornemen de functie van de twee vaste fotografen – ook Jörgen Caris – te schrappen. Daar is niet goed over nagedacht. Wij hebben inmiddels voor de instanties uitgerekend dat wij niet duurder zijn dan een freelancer. De artdirector ondersteunt dat. Dit is al de vierde keer dat we zulke rekensommen maken. Ze komen steeds gunstiger uit voor de krant. Ook door de voortschrijdende digitalisering.”

Straks hebt u er nog baat bij zelfstandig te gaan.

“Ik ben, als eerste fotograaf in vaste dienst, het Trouw-gezicht. Heb in die bijna 25 jaar, inclusief anderhalf jaar freelance, iets opgebouwd, met de fotoredactie. Zeker Trouw, altijd opboksend tegen NRC en Volkskrant, moet zich ook in zijn fotografie onderscheiden.”

Doet Trouw dat niet vooral in bepaalde niches: religie en filosofie, onderwijs, milieu?

“Duurzaamheid, kortom. Ja. Maar ook door zijn vormgeving, waarvan fotografie een centraal onderdeel is. De overstap naar tabloid was voor een kwaliteitskrant risicovol. Dat is ons, ook in de fotografie, gelukt. We zijn geen Metro, Spits of Parool geworden. Geen flut. Onze lezer zou dat ook niet hebben gepikt. Die is meegegaan. Niet in ’tabloid’, maar in ‘compact’.”

Bushalte bij Uitdam, 22 maart 2007. Uit “Hollandse Haltes” © Werry Crone

Bent u alleen fotoverslaggever?

“Ik doe mee in alles: redactie, vormgeving. We zijn niet hiërarchisch.”

Wat zou het anders maken als u dat blijft doen vanuit een freelancepositie?

“Dat mag niet; u kent het belastingverhaal. Bovendien zou je gaan letten op je uren. Geen lange beleidsvergaderingen meer bijwonen. Geen specials en series uitwerken. Terwijl dat ook nog eens enorm veel archiefmateriaal oplevert. Dat gaat ook naar Hollandse Hoogte, wat extra geld opbrengt. Dat uitbesteden wordt een gigantische kostenpost. Je zou in elke provincie een freelancer moeten hebben die Trouw er even bij doet. Hopen dat hij iedere keer kan. En steeds weer onderhandelen over de prijs.”

Dus ga je nog meer op je archief hangen.

“Het wordt een zooitje, sowieso. Uiteindelijk kom je uit op: ‘Goh, het zou wel handig zijn een vaste fotograaf te hebben.’ Zo kwamen ze in ’87 ook bij mij: eigen gezicht, altijd bij de hand. Je had Daniel Koning: de Volkskrant, Wubbo de Jong: Het Parool, en toen Werry Crone: Trouw. Ik liep al achter op die Vincent Mentzels. Dat ik Den Haag al deed, was ook belangrijk voor Trouw. Nu doe ik een serie over de oprichters van Trouw. Neem ik een halve dag per persoon voor, rijd het hele land door. Dan merk je wat ervaring en leeftijd doen. Trouw is een club. Van makers én lezers.”

Wanneer weet u of u weg moet?

“Over het hele pakket wordt nog stevig vergaderd. Als ze ons eruit gooien, heeft de fotoredactie sowieso één, anderhalve ton extra nodig om in te kopen. Wubbo, fijne vent, stotterde altijd: ‘Hoofdredacties komen, hoofdredacties gaan…’ Moest ik nu weer aan denken.”

Heeft ‘ie dan een maffe draai aan gegeven.

“Door veel te vroeg te overlijden. Maar hij stond ergens voor, ik heb veel van hem geleerd. De vormgeving eromheen klopte ook. Het Parool heeft de naam ‘fotografenkrant’ wel verloren. Dat ging een beetje mis toen het tabloid werd. Wij hebben het voordeel gehad dat we er niet populistisch door werden. Dankzij de vormgeving zijn we onderscheidend gebleven.”

Is uw manier van fotograferen er ook door veranderd?

“Ja. Een deel van de foto’s wordt kleiner; je kunt dus minder weidse verhalen vertellen. Je kunt wel meer impact opbouwen, met closere, simpeler beelden. Je wordt selectiever. Moet er rekening mee houden dat je de dagelijkse bijlage De Verdieping altijd opent met een staande beeldcover. Tabloid brengt meer eenheid, waar broadsheet een verzameling eilanden was.”