terug

Balanceren langs de goot – Antoine D’Agata

De foto’s van Antoine d’Agata zijn ruw en associatief. De opzettelijke onscherpte legt een waas over het beeld, waardoor je er niet gemakkelijk toegang toe krijgt. D’Agata probeert de wereld niet weer te geven zoals die is, maar zijn plek in die wereld aan ons te duiden. Hij presenteert geen fotodocumentaire, maar een verslag van zijn eigen intieme ervaringen.
Het oeuvre van Antoine d’Agata (Marseille, 1961) gaat over seks, leven en dood: het basale aardse bestaan, ontdaan van alle opsmuk. Intense, ongepolijste fotografie, die de kijker meesleept naar een onderhuidse werkelijkheid, naar de duistere kanten van onze samenleving. Een ogenschijnlijk idyllisch meertje met daarin een koppel zwanen verandert voor onze ogen in de rivier de Styx, die de grens tussen leven en dood markeert. Afschrikwekkend en aantrekkelijk, een beeld vol tedere dreiging. Een kerk (Nieuw-Mexico, 2000) is geen kerk, maar een schedel, een huis des doods. Zelfs in kleur zijn de foto’s van d’Agata eerder deprimerend dan bemoedigend. Het resultaat is verontrustend, ontregelend en broeierig en tegelijkertijd lyrisch en van een poëtische schoonheid.

Junk tussen Junks

Het werk van d’Agata sluit aan bij dat van Nan Goldin, Larry Clark en Anders Petersen. Fotografen die met hun indringende observaties de rauwe werkelijkheid in beeld brengen. Met hen deelt hij een obsessie voor mensen aan de rafelranden van het bestaan. Alcoholisten, junks en hoeren, die balanceren langs de rand van de goot. D’Agata identificeert zich met hen, maar toont geen compassie. Hij breekt in met de koele en onbarmhartige observatie van een roofdier. Toch is die onbarmhartigheid slechts schijn. Hij is toeschouwer én deelnemer. Een junk tussen de junks, een hoerenloper tussen de hoeren. Genadeloos slaat hij toe, waarbij hij ook zichzelf niet spaart. In een zelfportret legt hij vast hoe hij zich met heroïne injecteert.

“Ik ben de foto”

D’Agata maakt zichzelf deel van de gebeurtenissen. Zijn leven als junk leerde hem kil te blijven, een meisje te fotograferen terwijl hij haar neukt. En vaak geeft hij zijn camera aan de prostituees, opdat ze hém kunnen fotograferen. Hoe is het om jezelf te kijk te zetten, het licht aan te laten waar anderen het juist uitdoen? D’Agata: “Ik denk daar niet over na. Ik maak mijn geest leeg en schep afstand. Daardoor wordt het abstract. Behalve als ik fotografeer. Dan is het zo persoonlijk als maar zijn kan. Ik ben deel van de foto, geen toeschouwer. Het gaat om mijzelf. Het is één groot zelfportret.”
Rusteloos reist d’Agata non-stop de wereld rond. Onderweg fotografeert hij aan één stuk door. De belichte films gaan ongezien naar Musée Nicéphore Niépce in Chalon-sur-Saône, waar ze worden ontwikkeld en gearchiveerd, en waar d’Agata tijdens korte bezoeken zijn beeldselecties maakt en tentoonstellingen en boeken samenstelt. Ondertussen brandt zijn kaars aan beide kanten.
De tentoonstelling Anticorps is van 26 mei t/m 2 september te zien in het fotomuseum in Den Haag.