terug

Altijd de lijn volgen: Cris Toala Olivares

Met zijn foto van het traangasbombardement door Israëli’s op Palestijnse olijfboeren op de Westelijke Jordaanoever won het aanstormende talent Cris Toala Olivares (28) de Zilveren Camera 2009. Hoe vergaat het hem, een jaar later?
Pas op zijn 22ste houdt de Ecuadoraans-Nederlandse fotograaf Cris Toala Olivares zijn eerste echte camera in handen. Huisgenoten attendeerden hem op een koopje, een eenvoudige Canon 350D. Handig om zijn schilderijen via foto’s te verkopen. Niets wijst dan nog op een bliksemcarrière in de fotografie.

Jeugd

Als Cris veertien is, sterft zijn vader, succesvol reder van vissersschepen in Manta, Ecuador. Moeder, eigenzinnige Chileense eigenaresse van een supermarktje, was al, gescheiden, naar Europa vertrokken om daar haar geluk te beproeven.
Vaders familie ontfermt zich over de erfenis, laat de minderjarige, enige erfgenaam Cris berooid achter. Buurman Don Colon, melkdistributeur, voedt hem de drie volgende jaren op.
Van hem leert Cris de levenswijsheden die voor hem nog steeds richtsnoeren zijn. Voor jezelf opkomen. Bescheiden zijn. Respect tonen. Hard werken. Verantwoordelijkheid nemen.
Zijn moeder, neergestreken in Alkmaar, nodigt Cris uit naar Europa. Hij klimt op z’n achttiende als bijrijder op de vrachtwagen om Nederland  te leren kennen. Verkent per Interrail Europa. Hij krijgt een kamer bij een groep gepensioneerde intellectuelen, die hem in ruil voor tuinwerk en boodschappen doen, verder Nederlandse taal en Europese cultuur bijbrengen.  Cris studeert intussen revalidatietherapie, leert door voor maatschappelijk werk, begeleidt zeer moeilijk opvoedbare jongeren bij opvangcentrum Cordaan.

Op straat

Omdat hij stikt in de bureaucratie bij Cordaan – geen jongeren helpen maar formulieren invullen – stort Cris zich op het schilderen. “Kleuren en lijnen. Altijd lijnen. Je doel, je droom blijven volgen.” Waarin het kleurrijke Zuid-Amerikaanse en het Europese doelgerichte samenkomen.
Zijn eerste cameraatje verruilt hij al gauw voor de professionele Canon Mk2N, waarvoor hij zijn dure gitaar, een Gibson Les Paul, verkoopt. “Ineens werden de kleuren rijker van wat ik fotografeerde.”
Cris gaat ermee de straat op, zonder nog enig benul van beroepsfotografie. Fotografeert een zonsopgang. Maakt een kunstwerk van planten. Zoekt lijnen. Lijnen hebben geen eind. “Pushing the limits. Als een zwerver kan overleven onder een brug, kan ik dat met mijn camera.”
Een rode draad die hem voortstuwt: “Ik heb nooit geloofd dat wat hier is, alles is. Mijn nieuwsgierigheid trok me naar wat er meer is. Ik ging constant weg. Kwam altijd wel weer terug naar Amsterdam.”
Cris pakt alles, een waaier van thema’s, zoals inmiddels in zijn portfolio tot uiting komt: sport, auto-ongelukken, Bangkok, vuilnis, Rwanda, stranden, feesten, sneeuw, oerwoud, politiek, muziek, Gaza. Cris: “In alles wil ik laten zien dat er geen grens is. Natuurlijk zeg ik zo af en toe ‘stop’ tegen mezelf om te overzien waar ik mee bezig ben.”
En hoe wordt dan het volgende onderwerp geboren? Cris: “Go. Just go.” Geen fotoacademie? “Welnee, in die vier jaar kun je beter de straat op gaan, van je editors en collega’s horen of je er wat van gebakken hebt.”